Bagage

Wat neem je mee? Weinig dingen zijn zo door persoonlijke smaak bepaald als een fietsvakantie-uitrusting. Je hebt zelf waarschijnlijk ook wel een voorkeur (want weinig mensen gaan op hun eerste fietsvakantie meteen naar IJsland): wel of geen racefiets, fietsbroek, voortassen, toeclips enzovoort. Neem dus maar gewoon je favoriete spullen mee. Wel moet je bedenken dat IJsland wat extra problemen geeft. Deze hangen voornamelijk samen met de dunbevolktheid, de wegkwaliteit, het klimaat en het prijsnivo.

Hieronder volgt een checklist voor mee te nemen spullen.

Fietsuitrusting

Fiets. Versnellingen zijn altijd makkelijk. Tenzij je je graag excentriek gedraagt, zijn minstens 5 versnellingen toch wel nodig. In het oosten is het bergachtig, met hellingen van soms meer dan 10% (en dat valt niet mee op een steenslagweg). Hoewel het zuiden niet erg bergachtig is, is ook hier bergverzet (bijvoorbeeld 42/28) geen overbodige luxe in verband met de harde wind. Het is op de ringweg en de meeste zijwegen niet nodig met speciale terreinfietsen te gaan rijden. In het binnenland is dit echter het overwegen waard.

Banden. Op een steenslagweg is het onzin om met race-bandjes te gaan rijden (laat staan met tubes). Zeker op het achterwiel zou ik een 1.25 inch (32 mm) band monteren. Voor is eventueel 1.125 inch (28 mm) voldoende. Het minste lekke banden krijg je door de banden hard op te pompen. Het grootste gevaar is namelijk dat een steen de band tot op de velg indrukt. De spaaknippel boort dan twee keurig naast elkaar liggende gaatjes in de band. Erg fraai (maar nogal prijzig: ca. f45,-) zijn hogedrukbanden, die vaak ook nog een anti-lek-laag onder het loopvlak hebben (bijvoorbeeld de Specialized Touring K4 of de ST-Randotour).

Fietspomp. De fietspompjes die bij een fiets geleverd worden zijn vaak van bedroevende kwaliteit. Probeer thuis of je de band er wel tot de gewenste spanning mee kunt oppompen, en koop zonodig een nieuwe. De beste pomp is de Zéfal HP-X. Wel een investering (f37,50), maar je pompt er moeiteloos een hogedrukband bijna mee aan flarden.

Bagagedragers naar smaak. Met reserveschroefjes, want die trillen nog wel eens los. Als je een voordrager hebt die bovenaan zit vastgeklemd, kun je die met een extra touwtje aan de fiets vastbinden. Als de bout dan lostrilt, kom je tenminste niet in aanrijding met je eigen bagage. Als je in het binnenland wilt gaan fietsen, bedenk dan dat low-riders niet erg handig zijn bij het doorwaden van rivieren.

Fietstassen krijgen het zwaar te verduren, vooral de eventuele haakjes. Neem zo mogelijk reserve mee. Ook de elastieken, waarmee sommige tassen bevestigd worden, kunnen breken (bijvoorbeeld als ze losschieten en zich aan een spaak vasthaken!). Zonder elastiek valt de tas bij elke hobbel van de fiets af; een gevaarlijke situatie. Dus ook reserve-elastieken meenemen. Geen enkele fietstas is waterdicht, en het regent nogal eens in IJsland. Stop daarom alle bagage in plastic zakken. Mijn ervaring is dat één plastic zak niet genoeg is, zeker niet voor kritische zaken als slaapzak en papier. Een tweede zak in omgekeerde richting over de eerste heen garandeert droge kleren.

Drinkflesjes. Aan twee stuks had ik wel voldoende. Je drinkt niet zoveel onderweg in dat klimaat. Wel is er soms, vooral op de hoogvlaktes in het oosten, de hele dag geen gelegenheid om het water bij te vullen.

Fietsslot, hoewel er geen criminaliteit in IJsland schijnt te zijn.

Spatborden zijn een kwestie van smaak. Zonder spatborden krijg je een streep modder op je bagage en op je rug, met spatborden loop je de kans dat zich een laag smurrie ophoopt tussen de band en het spatbord.

Verlichting is alleen nodig als je van plan bent tussen 23 en 04 uur te gaan fietsen. Omdat het land tegen de poolcirkel aanligt, is het in de zomer de rest van de nacht licht genoeg. Tunnels (die in Noorwegen zo berucht zijn) zijn er niet in IJsland.

Gereedschap en materiaal

Bedenk dat er buiten Reykjavik nauwelijks fietsenmakers zijn. Wel garages, waar je eventueel olie en zwaar gereedschap kunt lenen. Specifieke fiets-spullen zul je echter zelf mee moeten nemen. Het is ook handig al je de belangrijkste reparaties zelf kunt uitvoeren; in ieder geval: band verwisselen, spaak vervangen en (rem)kabel vervangen.

Bandenplakset met minstens 20 extra plakkers. Niet in de hoop ze allemaal nodig te hebben, maar zonder zitten is toch wel erg vervelend. Een tweede tube solutie kan om dezelfde reden ook geen kwaad. Met een stukje canvas kun je een buitenband provisorisch repareren.

Reservebanden. Twee binnenbanden en een buitenband is het minimum. Het is onderweg (zeker bij regen) vaak makkelijker om bij een lekke band de hele band te vervangen, en hem pas 's avonds rustig te plakken. Een buitenband kun je met een speciale handgreep in drieën vouwen. Vraag je fietsenmaker je het kunstje te leren. Twee buitenbanden kun je proberen eerst in elkaar te leggen, en dan pas op te vouwen: dat bespaart nog meer ruimte.

Spakenspanner en reservespaken. Als een spaak gebroken is, komt er meestal een slag in het wiel. Daardoor worden andere spaken weer ongelijk belast, met het gevolg dat andere spaken ook sneller zullen breken. Een gebroken spaak moet je daarom zo snel mogelijk vervangen. Je zal altijd zien dat een gebroken spaak in het achterwiel zit aan de kant van het freewheel. Deze zijn het moeilijkst te vervangen. Om de spaak door het naafgat te kunnen vlechten, moet je op sommige fietsen het freewheel verwijderen, op andere fietsen de tandkransjes. Daar heb je weer speciaal gereedschap voor nodig: een freewheel-afnemer plus bankschroef (de laatste zou ik niet meenemen), respectievelijk een tandkransafnemer (een stuk ijzer met een stukje fietsketting eraan). In één wiel kunnen twee maten spaken zitten; neem je wiel mee als je thuis reservespaken koopt.

Kabels. Op de meest ongelegen momenten plegen rem- en versnellingskabels te breken (respectievelijk tijdens een afdaling en aan het begin van een klim). Neem er een paar mee; let erop dat het juiste peertje eraan zit (en knip het eventuele appeltje aan het andere eind er thuis al af).

Remblokjes kunnen ook snel slijten. Met synthetische blokjes kun je het echter een tijd uithouden (bijv. Kool-stop, f12,50 per paar). Deze remmen bovendien bij regen beter dan rubber blokjes.

Gereedschap. Een schroevendraaier, een combinatietangetje (o.a. voor het aantrekken van kabels!), steeksleutels/bahco en/of imbussleutels, kettingpons misschien? Conussleutel om de lagers bij te stellen? Pedaalsleutel (voor vliegtuig- en busvervoer)?

Isolatieband is het onmisbare universele reparatiemiddel. Haken aan tassen, bagagedragers aan fietsen, afgebroken pompnokken, gescheurde tenten: alles is er wel weer even mee te plakken. Na afloop is je fiets rijp voor een grote beurt, want vulkaanstof dringt òveral tussendoor.

Kampeermateriaal

Tent. De afstanden tussen hotels of jeugdherbergen zijn soms te groot om in één dag te fietsen. De tent moet natuurlijk waterdicht zijn (dus dubbeldaks?), want we gaan niet naar Spanje. Als het regent terwijl je wilt koken is een luifel erg handig. Niet overal (zeker niet in het binnenland) groeit lekker zacht gras. Om de tent tegen stenen te beschermen is een tentluier aan te bevelen.

Slaapzak. Op de koudere nachten kan het rond het vriespunt zijn. Kan je (slaapzak) daar tegen?

Isolatiematje, gronddeken en lakenzak voor de liefhebbers.

Kooktoestel. Camping-gas is in de grotere plaatsen verkrijgbaar; benzine overal (behalve in het binnenland). Brandstof, ook gastankjes, mogen niet in het vliegtuig worden meegenomen. Het kan heel hard waaien over de onbeschutte, boomloze vlaktes. Een windscherm (aluminium zig-zag-vorm) is dan onontbeerlijk om het water aan de kook te krijgen.

Lucifers waterdicht verpakken (op meerdere plaatsen). Een aansteker is nog makkelijker.

Keukenspullen, zoals pannen, bord, mok, bestek, zakmes, opener, botervloot, zout en kruiden, thee, koffie, afwasmiddel, schuursponsje, waspoeder, wasborsteltje, wasknijpertjes (bij de speelgoedwinkel in miniatuurvorm verkrijgbaar!), ....

Voorraden. In het oosten kom je soms drie dagen geen winkels tegen (en in het binnenland nog minder). Lichtgewicht voedsel is in Nederland veel makkelijker te krijgen (en goedkoper!). Neem, zeker als je met de boot reist, een voorraadje mee.

Noodrantsoen (zeker in het binnenland) voor als een etappe langer duurt dan je dacht....

Kleding

is natuurlijk erg afhankelijk van eigen voorkeur. Als notoir koukleum had ik op slechte dagen 6 laagjes kleren over elkaar heen aan (T-shirt, blouse, sweater, trainingsjek, dunne jas, regenjas) (waarvan dan alleen het middelste laagje droog bleef). Anderen volstonden (op mooiere dagen) met 0 laagjes kleren. De temperatuur ligt in de zomer tussen de 4 (bij slecht weer 's avonds) en 22 (bij mooi weer overdag). Neem dus zowel een lange als een korte broek mee; twee stuks als je ook nog een droog exemplaar achter de hand wilt hebben. Je kunt ter plaatse prachtige IJslandse wollen truien kopen (f120,-). Doe dit dan wel in Reykjavik, want elders is de keus beperkt. Maar eigenlijk is het beter om twee dunne truien mee te nemen, die je dan kunt combineren. Van mijn IJslandse wanten heb ik veel plezier gehad, vooral bij koude tegenwind. Idem van muts en das, maar anderen vonden dat weer overdreven. Regenkleding (jas en broek) is echt onontbeerlijk. Regenschoenen kun je zelf maken van plastic zakken -- het helpt toch niet. Fietshandschoenen en/of een schuimrubber stuurhoes beschermen je polsen een beetje tegen trillen op de onverharde wegen. Vergeet vooral niet om zwemspullen mee te nemen voor de weldadige (geothermisch verwarmde) zwembaden. Wie zich in het binnenland waagt (op de "gele wegen"), zal wel eens een rivier moeten doorwaden. Sommige mensen nemen speciaal daarvoor kaplaarzen mee.

Diversen

Geld moet je niet in Nederland omwisselen. Omdat IJslandse kronen weinig gangbaar zijn, rekenen de banken een erg ongunstige koers. Girobetaalkaarten zijn het makkelijkste. In alle iets grotere plaatsen zijn deze in te wisselen. Ook op het vliegveld is een postkantoor. Banken, voor het inwisselen van euro- of traveller-chèques zijn schaarser dan postkantoren.

Papieren: reisverzekering, geldig paspoort, ticket.

Kaarten, boeken, reisgidsen, adressenboekje, papier, pen.

Fototoestel en films. Het landschap is zó fraai, dat je aan de gang blijft met fotograferen. Neem dus genoeg filmpjes mee, want ze kosten daar het vijfvoudige(!).

Verbanddoos. Wat voor de fiets geldt, geldt natuurlijk ook voor jezelf: het is handig als je zelf onderweg kan repareren; bedenk dat je door dunbevolkte gebieden rijdt. In tegenstelling tot de rest van Scandinavië heb je van muggen geen last (behalve in een strook van 20 meter rond Myvatn ("Muggenmeer")). Lippencrème is wel erg nuttig, want je krijgt snel schrale lippen van de tegenwind.