Praktisch

Kaarten en boeken

Dit boek kan geen kaart vervangen, en ook voor achtergrondinformatie over IJsland moet ik je naar andere boeken verwijzen. Er komt eigenlijk maar één kaart in aanmerking: de Island Ferdakort/Touring map 1:500.000, 3e druk 1986, (f22,50). Er is ook een Little Touring Map 1:1M (f18,50). Deze is mooier om op te hangen, maar minder bruikbaar om op te fietsen. Dan is er een Topografische Kaart 1:250.000 (5 bladen à f31,-). Deze is erg verouderd, maar de hoogteinformatie is natuurlijk nog wel goed. Voor een tocht over de ringweg is hij te onoverzichtelijk, maar in het binnenland misschien wel handig. Van de gebieden rond þingvellir, Landmannalaugar, Skaftafell en Myvatn zijn er topografische detailkaarten.

Algemene informatie over IJsland staat in het mooi uitgevoerde boek "IJsland, Oerland" van Willem van Blijderveen (Thieme, 127 blz., f27,25).

"Preiswert Reisen: Island und Færöer van Hans Kluche ziet er minder mooi uit, maar geeft wel veel details (Hayit verlag, 346 blz., f39,90).

De "Iceland Road Guide" geeft 1:100.000 schetsen van alle wegen in het land, en geeft van elk dalletje en boerderij wel een geologische of historische bijzonderheid. Leuk om onderweg te lezen, maar een beetje zwaar en duur (örn&örlygur, 440 blz., f57,90).

Er is een IJslands Woordenboek (van Goor, f29,90), maar met Engels kom je ook een heel eind. In de grotere boekwinkels is ook te krijgen: "Teach yourself: Icelandic" (190 blz., GBP 2,25), maar ook dat heb je niet echt nodig.

Engelse vertalingen van IJslandse saga's zijn verschenen in de Penguin-Classics serie ("Hrafnkel's saga" en "Laxdæla saga", à GBP 2,25). Een Nederlandse vertaling is er o.a. van de "Vinland saga" (over de ontdekking van Amerika).

In de vele boekwinkels van Reykjavik (IJslanders zijn de grootste lezers van Europa) zijn allerlei mooie platenboeken over IJsland te koop. In het bijzonder natuurlijk over de gletschers en vulkanen.

In de serie literaire reisverhalen "op schrijvers voeten" is door Gerrit Jan Zwier geschreven "Land van grote eenzaamheid; reisnotities over IJsland". Door wetenschappelijke IJsland-kenners wordt dit boek nogal verguisd, maar als je leest als persoonlijke impressies zijn het best leuke verhalen (Veen, 160 blz.,f22,90).

Algemene informatie over fietsvakanties staat in "Fietsen in Europa" (ENFB, 143 blz., f22,90) met een beknopt hoofdstuk over IJsland. Omdat er buiten Reykjavik geen fietsenmakers zijn in IJsland, is het handig als je zelf je fiets (enigzins) kunt repareren. Daar bestaan veel slechte boeken over; een goede is "zo onderhoud ik mijn fiets" van Rob van der Plas (Prisma nr.2001, 212 blz., f9,90).

Wegen

De wegen in IJsland zijn een verhaal apart. Alleen in de buurt van Reykjavik zijn een aantal wegen geasfalteerd. Deze zijn groen ingetekend op de kaart. De andere wegen, rood op de kaart, zijn van wisselende kwaliteit. In het algemeen geldt: hoe meer cijfers het wegnummer heeft, hoe slechter de weg. De kwaliteit van de ringweg hangt af van het traject en het weer, maar is meestal heel behoorlijk. "Steenslag" noemt men dit soort wegen, maar wat versta je daar precies onder? De Engelsen zeggen "Macadam" of "gravel" (maar een tennisbaan ziet er anders uit). In Nederland heb je dit soort wegen bijna niet (meer). De ringweg lijkt wel eens op onze fietspaadjes langs boswegen, maar er liggen meer losse steentjes op. Soms zitten er kuilen in de weg of ribbels die als "wasbord" bekend staan. Een beetje fietser laat zich daardoor natuurlijk niet afschrikken.

De gele wegen op de kaart, met een F-nummer, zijn "Fjallvegur", oftewel "mountain track/piste de montagne". Hierop moet je wel eens een rivier doorwaden, iets wat soms niet zonder gevaar is. Soms loopt de weg gewoon een stukje door de rivierbedding, bijv. bij Landmannalaugar. De weg naar de Askja is ook erg slecht. De Kjölur-route door het binnenland is wat beter.

De befietsbaarheid van de Sprengisandur-route is ons onbekend. Op de wegen door het binnenland kom je soms vijf dagen geen bewoning tegen. Als het weer omslaat kun je hier verzeild raken in een sneeuwstorm. Fietstochten over dit soort wegen zijn kleine expedities en moeten goed worden voorbereid: extra eten, reddingsdeken, enz. Ook het alleen doorwaden van rivieren kan gevaarlijk zijn. Dit alles geldt dubbel voor gele wegen met een gestippelde zijkant. De route van deze sporen is soms moeilijk te ontdekken, zodat er gevaar voor verdwalen bestaat. Een ATB en een kompas beginnen op dit soort wegen van nut te worden.

Winkels

De winkels kunnen soms meer dan 150 km uit elkaar liggen (vooral in het oosten). Iedere plaats en sommige gehuchten hebben een goed gesorteeerde supermarkt ("kaupfélag"). Alleen de verse groente laat wel eens te wensen over. Veel produkten worden rechtstreeks geïmpoerteerd uit Engeland, Denemarken of Nederland. Zo kan je spercieboontjes van de Spar, thee van AH, en zelfs perpernoten met nederlandse Sinterklaasliedjes aantreffen. Op de vervaldatum moet je dan even niet letten.

De prijzen zijn verschrikkelijk hoog, zoals gebruikelijk in Scandinavië. Een liter melk voor f1,80 is nog relatief goedkoop. Een halve liter joghurt "með jarðarberjum" f3,40. Een pak muesli uit Engeland f7,-. Een blik doperwten of appelmoes f3 à f4. Eén ei f0,80. Twaalf gulden per dag heb je zo toch zeker wel nodig. Duur wordt het ook door snoeperijen tussendoor: 4 ons "mjölkur kex" (biscuit) f3,50. Eten in een restaurant kost minstens f40,-. Koffie in een wegrestaurant of in een Edda-hotel circa f3,50. Meestal krijg je het tweede kopje gratis, en met wat geluk het 3e, 4e en 5e ook. In totaal heb ik in 30 dagen zo'n f600,- aan voedsel uitgegeven.

Campings

De campings zijn eenvoudig. Met een kraan en een WC is het meestal wel bekeken. Ze kosten gemiddeld 4 gulden per persoon per dag. Alleen Saftafell en Egilsstaðir hebben (1986) een warme douche en kosten 6 gulden. De campings liggen vaak op een heel mooi plekje (bijvoorbeeld Skógar en Kirkjubæjarklaustur) en zijn meestal niet erg druk (behalve Vik en Reykjahlið). Je kunt natuurlijk ook vrij kamperen, en soms is dat zelfs noodzakelijk. Lavavlaktes zijn hiervoor ongeschikt, want daarin is geen vierkante meter vlak. Andere uitgestrekte vlaktes zijn ook niet ideaal vanwege de harde wind. Maar in de bergen kun je mooie plekjes vinden.