De islamitische kalender (met tabellen van 2001 tot 2013)

De jonge maansikkel (met linksonder de planeet Venus) op de avond van 17 januari 1991 (aanvang van Rajab 1411 AH) met de minaret van de An-Nur moskee in Waalwijk (© Wim Holwerda)
klik voor een grotere afbeelding

Inleiding

De islamitische kalender is een zuivere maankalender die de schijngestalten van de maan zo nauwkeurig mogelijk volgt. Net als bij vele andere maankalenders, zoals deze in zwang waren bij de oude Babyloniërs en vele andere antieke culturen, werd het begin van de maand oorspronkelijk vastgesteld door ervaren waarnemers die zo nauwkeurig mogelijk de ‘geboorte’ van de nieuwe maan probeerden te bepalen. Dit is het moment dat de maan, nadat zij een of twee dagen eerder in conjunctie met de zon is geweest (men noemt dit de ‘astronomische nieuwe maan’), weer ver genoeg van de zon is verwijderd zodat zij vlak na zonsondergang met het ongewapende oog als een smalle maansikkel in het westen te zien is. 

Omdat het waarnemen van de jonge maansikkel alleen vlak na zonsondergang mogelijk is, begint de eerste dag van een islamitische maand dan ook altijd bij zonsondergang en beginnen alle hierop volgende dagen ook bij zonsondergang. Omdat de dagen in de westerse (Gregoriaanse) kalender om middernacht beginnen, begint een islamitische dag dus in de avond van de ene dag en eindigt deze bij zonsondergang van de daarop volgende dag.

De periode waarin de schijngestalten van de maan een volledige cyclus doorlopen wordt de synodische periode van de maan genoemd en duurt gemiddeld 29.530588861 dagen, ofwel 29 dagen 12 uur 44 minuten en 2.878 seconden. Daar een kalendermaand alleen maar een geheel aantal dagen kan bevatten, gebruikt men in de praktijk steeds afwisselend maanden van 29 dagen en van 30 dagen in lengte. Daar 12 van dergelijke maanmaanden maar 354 dagen tellen, komt een zuivere maankalender elk jaar dus ruim 11 dagen te kort om steeds met de wisseling van de seizoenen in de pas te blijven (hiervoor zijn namelijk iets minder dan 365¼ dagen nodig).

De meest toegepaste methode om toch in de pas met de seizoenen te blijven lopen is door elke twee à drie jaar een schrikkelmaand in te voeren die meestal aan het einde van jaar kwam. Zo gebruikten de Babyloniërs al sinds de vijfde eeuw vóór Christus een 19-jarige cyclus waarin zeven maal een schrikkelmaand werd ingevoerd en deze cyclus wordt nog steeds in de huidige joodse kalender gebruikt. Ook in de Oud-Arabische kalender was het gebruikelijk om eens in de twee of drie jaar een schrikkelmaand (nasī’) in te voegen. Of hierbij de 19-jarige of een andere cyclus werd gebruikt is niet meer bekend.

De islamitische maanden

De herkomst en de betekenis van de namen van de maanden in de islamitische kalender zijn omstreden maar de onderstaande tabel geeft de mening weer van Abū’l-Rayhān Muhammad ibn ’Ahmad al-Bīrūnī (973-1048), een beroemde Perzische geleerde die onder meer over wiskunde, astrologie, sterrenkunde, aardrijkskunde en tijdrekenkunde schreef.

De maanden van de islamitische kalender
  Nr.   Arabische benaming Vermoedelijke betekenis Turkse
benaming
Lengte
in dagen
1   Muharram (محرّم)   de heilige maand   Muharrem 30
2   Safar (صفر)   de lege maand   Safer 29
3   Rabī‘ al-Awwal (ربيع الأول)   de eerste lentemaand   Rebiülevvel    30
4   Rabī‘ al-Ākhir (ربيع الثاني)   de tweede lentemaand   Rebiülahir 29
5   Jumādā ’l-Ūlā (جمادى الأول)   de eerste droge maand   Cemaziyelevvel   30
6   Jumādā ’l-Ākhira (جمادى الثاني)      de tweede droge maand   Cemaziyelahir 29
7   Rajab (رجب)   de vereerde maand   Recep 30
8   Sha‘bān (شعبان)   de maand der verdeeldheid   Şaban 29
9   Ramadān (رمضان)   de maand van de grote hitte     Ramazan 30
10   Shawwāl (شوّال)   de jachtmaand   Şevval 29
11   Dhū ’l-Qa‘da (ذو القعدة)   de rustmaand   Zilkade 30
12   Dhū ’l-Hijja (ذو الحجة)   de bedevaartsmaand   Zilhicce   29 of 30  

De namen van de maanden herinneren nog aan de tijd vóór de profeet Mohammed toen de oorspronkelijke Arabische maankalender, die oorspronkelijk rond de winterzonnewende (eind december) aanving, in de pas met de seizoenen werd gehouden door na elke twee of drie jaar een schrikkelmaand (nasī’) in te voegen.

Tijdens de laatste bedevaart van Mohammed werd het gebruik van schrikkelmaanden in de Arabische kalender afgeschaft. Voorstelling uit een Perzisch handschrift uit het begin van de 14de eeuw van de Kitāb al-Athār al-Bāqiya (‘Overleveringen van de Vroegere Generaties’) van Abū’l-Rayhān Muhammad ibn ’Ahmad al-Bīrūnī.

In de periode toen Mohammed de islam in Mekka verkondigde en de eerste tien jaren van zijn verblijf in Medina begon het jaar echter rond het begin van de lente. Tijdens zijn ‘laatste bedevaart’ in maart 632 n.Chr. (Dhū ’l-Hijja, 10 AH) ontving Mohammed een openbaring van Allāh die zijn gelovigen voortaan verbood om schrikkelmaanden in te lassen (Koran, soera 9:36-37). Vanaf toen was de Arabische kalender niet meer met de seizoenen verbonden.

Ten gevolge hiervan verschuift het islamitisch jaar elk jaar ongeveer 11 dagen ten opzichte van de seizoenen en doorloopt een willekeurige maand in 32½ jaar tijd alle seizoenen. De islamitische kalender wordt daarom alleen voor religieuze doeleinden gebruikt en voor seizoensgebonden activiteiten (landbouw, veeteelt, handel, inning van belastingen, etc.) heeft men altijd de westerse kalender (of een lokale versie hiervan) gehanteerd.

De islamitische jaartelling

In de eerste jaren van de islam werden jaren benoemd naar een belangrijke historische gebeurtenis uit het recente verleden en het aantal jaren dat sindsdien was verstreken (zo zou Mohammed zijn geboren in het ‘Jaar van de Olifant’, 570 of 571 n.Chr., toen de Abessinische heerser van Jemen met een leger en een strijdolifant de stad Mekka poogde in te innemen). In maart/april 638 n.Chr. (Rabī‘ al-Awwal, 17 AH; andere bronnen plaatsen deze gebeurtenis in 16 of 18 AH) voerde de kalief ‘Umar ibn al-Khattāb de islamitische jaartelling in die zijn oorsprong had in het jaar waarin de hijra (de ‘emigratie’) plaatsvond, het cruciale moment in het leven van Mohammed toen hij en zijn volgelingen Mekka verlieten en zich in het noordelijk gelegen Yathrib vestigde. Deze plaats kreeg later de naam Madīnat al-Nabī (“De Stad van de Profeet”) en is nu beter bekend als Medina.

Volgens de berekeningen van de meeste islamitische sterrenkundigen en schriftgeleerden viel de eerste dag van dat jaar (1 Muharram, 1 AH) op vrijdag 16 juli 622 n.Chr. (het feitelijke begin was natuurlijk op de avond ervoor, donderdag 15 juli). Het is gebruikelijk om islamitische jaren van westerse jaren te onderscheiden met de afkorting AH (‘Anno Hijra’).

Omdat het islamitisch jaar gemiddeld ongeveer 3% korter is dan ons jaar, haalt de islamitische jaartelling langzaam maar zeker de westerse jaartelling in. Indien beide kalenders in de toekomst niet verder aangepast worden zullen zij in het jaar 20873 hetzelfde jaartal voeren.

Volledigheidshalve dient nog vermeldt te worden dat men in de Noord Afrikaanse staat Libië een afwijkende islamitische jaartelling volgt die niet gerekend wordt vanaf de hijra maar vanaf het sterfjaar van Mohammed (632 n.Chr.). Ook volgt men in Libië een afwijkende zonnekalender die aanvankelijk vanaf het geboortejaar van Mohammed werd gerekend maar nu sinds enkele jaren vanaf zijn sterfjaar.

De islamitische weekdagen

In tegenstelling tot de namen van onze weekdagen (die afgeleid zijn van de planeetgoden die naar de Hellenistische astrologische traditie over de weekdagen heersen), zijn de islamitische weekdagen (net zoals bij de joodse weekdagen) doorgaans vernoemd naar hun rangnummer in de week.

De islamitische weekdagen
  Nr.   Arabische benaming Vertaling (v.h. Arabisch) Turkse
benaming
Westerse
benaming
1   Yaum al-Ahad (يوم الأحد)   eerste dag   Pazar   zondag
2   Yaum al-Ithnain (يوم الإثنين)   tweede dag   Pazartesi   maandag
3   Yaum al-Thalāthā’ (يوم الثُّلَاثاء)     derde dag   Salı   dinsdag
4   Yaum al-Arba‘ā’ (يوم الأَرْبعاء)   vierde dag   Çarşamba     woensdag
5   Yaum al-Khamīs (يوم الخَمِيس)   vijfde dag   Perşembe   donderdag  
6   Yaum al-Jum‘a (يوم الجُمْعَة)   dag van de samenkomst     Cuma   vrijdag
7   Yaum al-Sabt (يوم السَّبْت)   dag van de sabbat   Cumartesi     zaterdag

De laatste twee dagen van de week zijn genoemd naar de dag van het vrijdaggebed, de belangrijkste dag in de islamitische week, en de dag van de joodse sabbat. De Turkse namen van de weekdagen zijn deels ontleend uit het Arabisch en uit het Perzisch en betekenen respectievelijk “dag van de markt”, “dag na de markt”, “derde dag”, “vierde dag”, “vijfde dag”, “dag van de samenkomst” en “dag na de samenkomst”.

Naast de vrijdag geldt ook de maandag als een bijzondere dag in de islamitische week omdat volgens de overlevering Mohammed zowel op een maandag werd geboren en op een maandag stierf. Ook de eerste openbaring van de Koran aan Mohammed, zijn nachtelijke reis naar de hemel, zijn vertrek uit Mekka en zijn aankomst in Medina zouden volgens verschillende overleveringen op een maandag hebben plaatsgevonden.

De schematische of rekenkundige islamitische kalender

Naar mate de islam zich gedurende de zevende en achtste eeuw van de christelijke jaartelling over het Nabije Oosten en Noord Afrika uitbreidde, ontstond geleidelijk de behoefte voor een kalender die vooruit berekend kon worden zodat de schijngestalten van de maan en andere sterrenkundige verschijnselen bij benadering voorspeld konden worden. Alhoewel een dergelijke kalender nooit officieel werd ingevoerd, vindt men zulke schematische of rekenkundige kalenders al vanaf de negende eeuw in islamitische sterrenkundige handboeken (zīj’s) en zij werden ook door islamitische geschiedschrijvers benut.

Hierbij ging men uit van de gemiddelde lengte van de maanmaand (ook wel een lunatie genoemd) die volgens de sterrenkundige tabellen van Klaudios Ptolemaëus, gebaseerd op het 60-talige systeem van de Babyloniërs, gelijk was aan 29;31,50,8,20 dagen ofwel 29 dagen 12 uur 44 minuten 3⅓ seconden. In de schematische islamitische kalender zijn de maanden afwisselend 30 en 29 dagen in lengte hetgeen resulteert in een kalenderjaar van 354 dagen. Uitgaande van de gemiddelde lengte van de maanmaand wist men dat dit eigenlijk 354;22,1,40 dagen moest zijn. Door nu elke 30 jaren elf keer een extra dag aan het jaar toe te voegen wordt deze afwijking nagenoeg opgeheven. In zo’n schrikkeljaar (sana kabīsa) krijgt de laatste maand (Dhū ’l-Hijja) een extra dag zodat deze 30 dagen telt en het kalenderjaar 355 dagen lang wordt.

Elke 30-jarige cyclus telt dus 19 jaren van 354 dagen en 11 jaren van 355 dagen, dus te samen 19 × 354 + 11 × 355 = 10631 dagen die verdeeld worden over 30 × 12 = 360 kalendermaanden. Een (schematische) islamitische kalendermaand duurt dus gemiddeld 10631/360 = 29;31,50 [= 29.53055555…] dagen, ofwel 29 dagen 12 uur en 44 minuten (precies), en wijkt ongeveer 3 seconden af van de gemiddelde duur van de schijngestalten van de maan. Men kan berekenen dat pas na zo’n 2430 jaar de schematische islamitische kalender gemiddeld één dag voor gaat lopen op de ware loop van de maan.

De elf schrikkeljaren kunnen op verschillende manieren over de 30-jarige cyclus verdeeld worden en in de literatuur zijn minstens vier verschillende methoden bekend. Meestal worden de jaren 2, 5, 7, 10, 13, 16, 18, 21, 24, 26 en 29 als schrikkeljaar benoemd. De Oezbekistaanse sterrenkundige Ulugh Beg (1394-1449) gebruikte echter de jaren 2, 5, 7, 10, 13, 15, 18, 21, 24, 26 en 29 als schrikkeljaren. In sommige sterrenkundige tabellen van Indiase herkomst neemt men de jaren 2, 5, 8, 10, 13, 16, 19, 21, 24, 27 en 29 als schrikkeljaren. Een andere methode, toegepast door de Perzische wiskundige Ahmad ibn ‘Abdallāh Habash al-Hāsib al-Marwazī (ca. 770 - ca. 870) benoemde de jaren 2, 5, 8, 11, 13, 16, 19, 21, 24, 27 en 30 als schrikkeljaren. De laatstgenoemde reeks werd ook toegepast in de Chronografie van de nestoriaanse metropoliet Elias bar Šinaya van Nisibis (975-1046).

De aanvang van deze schematische kalender viel op de avond van donderdag 15 juli 622 n.Chr bij zonsondergang volgens de burgerlijke telling en op de avond van woensdag 14 juli 622 n.Chr bij zonsondergang volgens de sterrenkundige telling. De burgerlijke telling wordt echter het meest gehanteerd en deze vormt dan ook de basis voor de moderne omrekentabellen (de meest bekende zijn die van Wüstenfeld-Mahler in de 3de editie van Mayr en Spuler) en diverse computerprogramma’s waarmee een willekeurige islamitische kalenderdatum naar een westerse kalenderdatum of omgekeerd kan worden omgezet. Een overzicht van deze programma’s is te vinden op mijn Islamic-Western Calendar Converter.

De astronomische islamitische kalender

De hierboven beschreven schematische kalender werd tot niet zo lang geleden algemeen toegepast in de islamitische wereld, met uitzondering voor de maanden Muharram, Ramadān, Shawwāl en Dhū ’l-Hijja, waarin belangrijke religieuze evenementen plaatsvinden. Het begin van deze maanden is vanaf het begin van de islamitische jaartelling altijd door middel van waarneming van de jonge maansikkel bepaald of uit berekening van het tijdstip waarop dit redelijkerwijs mogelijk zou moeten zijn. Voor meer bijzonderheden hoe dit gedaan wordt, zie De zichtbaarheid van de Ramadan maan. Een gevolg van deze praktijk is dat, afhankelijk van weersomstandigheden en de geografische ligging, dit niet overal ter wereld op dezelfde avond plaatsvindt.

In een aantal islamitische landen is het nu gebruikelijk om het begin alle maanden door middel van berekening te bepalen. Hierbij gaat men uit van sterrenkundige berekeningen die voorspellen op welke avond de jonge maansikkel redelijkerwijs met het ongewapende oog zichtbaar zal zijn. Een dergelijke kalender wordt sinds 1974 in Maleisië toegepast en sinds december 1997 ook in Indonesië. In veel andere islamitische landen overweegt men ook om een dergelijke ‘sterrenkundig berekende’ kalender in te voeren.

Ook Saoedi-Arabië en de aangrenzende staten op het Arabisch Schiereiland gebruiken een sterrenkundig berekende kalender die bekend staat als de Umm al-Qura kalender. Omdat vele moslims geloven dat deze kalender gebaseerd is op de waarneming van de maansikkel leidt dit elk jaar rond de Ramadan tot veel verwarring wanneer men bemerkt dat de hierin aangegeven dagen vaak één of meerdere dagen afwijken van die in andere islamitische landen.

Tot voor kort begon elke maand in de Umm al-Qura kalender op de avond waarop het tijdsinterval van zonsondergang in Saoedi-Arabië en de astronomische nieuwe maan minder dan 12 uur uit elkaar lagen. Omdat de maan zich dan te dicht bij de zon bevindt, was een waarneming van de maansikkel met het ongewapende oog aan het begin van de maand zelfs onder de meest gunstige omstandigheden uitgesloten: deze zou pas één of twee avonden later mogelijk zijn geworden. In ongeveer de helft van alle gevallen ging de maan op de eerste dag van de maand zelfs vóór de zon onder.

Sinds enkele jaren begint men de nieuwe maand in de Umm al-Qura kalender echter op de avond (na de astronomische nieuwe maan) dat de maan vanuit Mekka berekend voor het eerst later ondergaat dan de zon. Alhoewel deze regel beter aan de astronomische voorwaarden voldoet dan de eerdere regel zal de maansikkel in de meeste gevallen toch pas op de tweede avond van de maand zichtbaar worden. Voor meer details over deze kalender, zie The Umm al-Qura Calendar of Saudi Arabia.

De ‘heilige’ islamitische maanden

Volgens de Koran (soera 9:36) zijn vier maanden in het jaar aangemerkt als harām (‘verboden’ of ‘heilig’) en dienen moslims zich gedurende deze maanden zo veel mogelijk van strijd en gevechtshandelingen te onthouden, een gebod die door Mohammed werd ingevoerd om de toen veel voorkomende onderlinge machtsstrijd tussen lokale Arabische stammen in te perken. Indien dit onvermijdelijk was dan diende dit te gebeuren tijdens de acht andere maanden in het jaar die als halāl (letterlijk ‘niet verboden’) werden bestempeld.

Slechts één van deze heilige maanden (Dhū ’l-Hijja) wordt min of meer expliciet genoemd in de Koran (soera’s 2:194, 2:216-218 & 5:2), maar volgens de meeste islamitische schriftgeleerden moeten de maanden Muharram, Rajab en Dhū ’l-Qa‘da tot de overige drie heilige maanden gerekend worden. Andere schriftgeleerden menen echter dat hiermee de maanden Muharram, Safar en Rabī‘ al-Awwal bedoeld zijn.

De vastenmaand Ramadān wordt niet gerekend tot de ‘heilige’ maanden zoals die bedoeld zijn in de eerder genoemde vers uit de Koran. Alhoewel het vanzelf spreekt dat strijd en oorlog tijdens de maand van vasten en bezinning niet aangemoedigd dienen te worden, geldt er geen islamitisch verbod hiertegen. Zo vond de slag bij Badr, waarbij Mohammed en zijn volgelingen (na een mislukte overval op een Mekkaanse caravan) een expeditieleger uit Mekka versloegen, plaats op de 19de dag van de maand Ramadān in 2 AH (winter 623/624). Ook uit een meer recent verleden zijn soortgelijke voorbeelden te vinden: zo staat de aanval van Egypte en Syrië (later bijgestaan door Irak, Saoedi-Arabië en Jordanië) op Israël, die op 6 oktober 1973 begon tijdens de joodse Yom Kippur feest, in de islamitische wereld bekend als de “Ramadān-oorlog”.

Zonnekalenders in de islamitische wereld

Naast de islamitische maankalender, die voornamelijk voor religieuze doeleinden wordt gebruikt, hanteert men natuurlijk ook de westerse zonnekalender voor economische en seizoensgebonden activiteiten. In vele gevallen gebruikt men de westerse namen voor de maanden maar hierin zijn ook uitzonderingen. De onderstaande tabel laat zien hoe de namen van de westerse maanden in enkele islamitische landen heten.

Westers Oud-Syrisch Turkije Libië Turkmenistan
  Januari   Kānūn II   Ocak   Aynar   Türkmenbaşy
  Februari   Shubāt   Şubat   Al-Ma’a   Baýdak
  Maart   Adhār   Mart   Al-Rabi’a   Nowruz
  April   Nīsān   Nisan   Al-Tayr   Gurbansoltan  
  Mei   Ayyār   Mayıs   Al-Nuwwar     Magtymguly
  Juni   Hazīrān   Haziran   Al-Sayf   Oguz
  Juli   Tammūz   Temmuz     Nasser   Gorkut
  Augustus   Āb   Ağustos   Hannibal   Alp Arslan
  September     Ilūl   Eylül   Al-Fateh   Ruhnama
  Oktober   Tishrīn I   Ekim   Al-Tumur   Garaşsyzlyk
  November   Tishrīn II     Kasım   Al-Harth   Sanjar
  December   Kānūn I   Aralık   Al-Kanoun   Bitaraplyk

Een aantal Turkse maandnamen, zoals Şubat, Nisan, Haziran, Temmuz en Eylül, zijn ontleend uit de Syrisch-Christelijke zonnekalender die weer deels uit de Babylonische kalender zijn afgeleidt. Andere Turkse maandnamen, zoals Mart, Mayıs en Ağustos, zijn uit de Romeinse kalender ontleend. De overige maandnamen zijn van Turkse oorsprong: Ocak (‛vuurhaard’) herinnerd aan de koude die in deze maand heerst, Ekim (‛zaaien’) verwijst naar het inzaaien van het land, Kasım (van ‛ruz-i kaasim’) verwijst naar de laatste dag van de herfst (in de oude kalender), Aralık (‛tussenruimte’) verwijst naar de periode als het werk op het land stil valt en de overgang naar het nieuwe jaar.

Voor meer gegevens over de zonnekalender van Libië, zie The Islamic and Secular Calendars of the Great Socialist People’s Libyan Arab Jamahiriya. De huidige namen van de Turkmenistaanse zonnekalender werden op 10 augustus 2002 ingevoerd door Saparmurat Niyazov (1940-2006), de voormalige president van deze Centraal-Aziatische staat. De meeste maandnamen verwijzen naar de geschiedenis van Turkmenistan en naar de presidentiele familie.

Belangrijke islamitische feestdagen

In tegenstelling tot de westers-christelijke kalender, telt de islamitische kalender maar een bescheiden aantal feestdagen. De twee meest belangrijkste perioden in het islamitische jaar zijn de vastenmaand Ramadān en de bedevaartsmaand Dhū ’l-Hijja.

Tijdens de Ramadān dient iedere moslim zich overdag te onthouden van drank, voedsel, seksuele omgang en andere menselijke geneugten. Het vasten begint vanaf het begin van de ochtendschemering – in de Koran in beeldende taal omschreven als het moment waarop een witte draad (de ochtendschemering) van een zwarte draad (de nacht) onderscheiden kan worden – en duurt tot het moment dat de zon weer ondergaat (Koran, soera 2:183-187). Alleen vóór het begin van de ochtendschemering mag nog een lichte ochtendmaal (sahūr; Turks sahur) genuttigd worden en het verbreken van het vasten wordt na zonsondergang gevierd met een feestelijke avondmaal (iftār; Turks iftar).

De vastenmaand is de maand van bezinning, zuivering en liefdadigheid. Tijdens deze maand wordt de gehele Koran in de moskee voorgelezen volgens het onderstaande schema:

dag      soera’s        dag      soera’s        dag      soera’s        dag      soera’s        dag       soera’s     
1 1:1 – 2:141   7 5:82 – 6:110   13 12:53 – 14:52   19 25:21 – 27:55   25 41:47 – 45:37
2 2:142 – 2:252   8 6:111 – 7:87   14 15:1 – 16:128   20 27:56 – 29:45   26 46:1 – 51:30
3 2:253 – 3:92   9 7:88 – 8:40   15 17:1 – 18:74   21 29:46 – 33:30   27 51:31 – 57:29
4 3:93 – 4:23   10 8:41 – 9:92   16 18:75 – 20:135   22 33:31 – 36:27   28 58:1 – 66:12
5 4:24 – 4:147   11 9:93 – 11:5   17 21:1 – 22:78   23 36:28 – 39:31   29 67:1 – 77:50
6 4:148 – 5:81   12 11:6 – 12:52   18 23:1 – 25:20   24 39:32 – 41:46   30 78:1 – 114:6

Deze indeling in dertig ongeveer gelijke delen (juz’, meervoud ajza’; Turks cüz) wordt in elke Koran aangegeven.

De vastenperiode is verplicht voor iedere moslim met uitzondering van jonge kinderen, zwangere en zogende vrouwen, zieke en oude mensen en personen die op een lange reis onderweg zijn.

Interieur van de Moskee van de Profeet (al-Masjid al-Nabawī al-Sharīf) in Medina, gebouwd over de laatste rustplaats van de profeet Mohammed.

Een van de vijf plichten voor iedere moslim man en vrouw is dat zij, indien gezondheid en financiële middelen dit toelaten, minstens één maal in hun leven een bedevaartstocht naar Mekka ondernemen tijdens de bedevaartsmaand Dhū ’l-Hijja om deel te nemen aan de godsdienstige rituelen die met deze plaats en periode zijn verbonden (Koran, soera’s 2:196-200, 5:95-97 & 22:26-33). Moslims elders ter wereld vieren deze dagen in de moskee en in de huiselijke kring.

De tiende dag van de bedevaartsmaand Dhū ’l-Hijja staat bekend als ‘Īd al-Adhā (het ‘Offerfeest’), of ‘Īd al-Kabīr (de ‘Grote Feestdag’). In het Turks staat het bekend als Kurban Bayramı. Deze dag vormt het hoogtepunt van een reeks van dagen (8 tot 12 Dhū ’l-Hijja) waarin bedevaartgangers de verschillende heilige plaatsen in en rond Mekka bezoeken die met de profeet Ibrāhīm (Abraham), zijn bijvrouw Hājar (Hagar), zijn zoon Ismā‘īl (Ismaël) en de profeet Mohammed zijn verbonden en wordt afgesloten met het ritueel slachten van offerdieren (een geit, schaap, rund of kameel) die daarna onder de aanwezigen worden verdeeld.

Veel bedevaartgangers maken in de dagen voor of na het offerfeest ook een reis naar de nabij gelegen stad Medina om de vele moskeeën waaronder die met het grafmonument van de profeet Mohammed (al-Masjid al-Nabawī al-Sharīf) te bezoeken.

Daarnaast zijn er nog enkele dagen in het jaar waarop belangrijke gebeurtenissen uit het leven van de profeet Mohammed en andere profeten worden herdacht. De belangrijkste hiervan zijn de volgende:

De nachtreis van de profeet Mohammed op Burāq van Jeruzalem naar de hemel. Voorstelling uit een Perzisch handschrift (gedateerd omstreeks 1315) van de Jāmi‘ al-Tawārīkh (‘Verzameling van Kronieken’) van Abū’l-Khayr Rashīd al-Dīn Fadlallāh al-Hamadānī.

Tabel voor de islamitische feestdagen

De onderstaande tabel geeft de westerse equivalenten van de belangrijkste dagen in het islamitische jaar gedurende de komende jaren volgens een aantal van de meest gangbare omrekeningsmethoden voor de islamitische kalender.

Als eerste worden de dagen gegeven volgens de bekende omrekeningstabellen van Wüstenfeld & Mahler (1961), berekend naar de schematische (of rekenkundige) islamitische kalender (schema IIb).

Als tweede en derde worden de dagen gegeven volgens de Umm al-Qura kalender van Saoedi-Arabië (zie de webpagina The Umm al-Qura Calendar of Saudi Arabia voor meer details) en volgens de Turkse Hoge Raad voor Religieuze Zaken Diyanet İşleri Başkanlığı).

Merk op dat de islamitische dag steeds in de vooravond van de genoemde westerse dag begint (d.w.z. bij zonsondergang op de vorige dag in de westerse kalender).

De belangrijkste islamitische feestdagen van 2007 tot 2013
Jaar
(A.H.)
Feestdag Wüstenfeld-Mahler
(schematisch)
Umm al-Qura
(Mekka)
Diyanet İşleri
Başkanlığı
  1428       1 Muharram      20 januari 2007     20 januari 2007     20 januari 2007  
  12 Rabī‘ al-Awwal     31 maart 2007     31 maart 2007     31 maart 2007  
    1 Ramadān     13 september 2007     13 september 2007     13 september 2007  
    1 Shawwāl     13 oktober 2007     13 oktober 2007     12 oktober 2007  
  10 Dhū ’l-Hijja     20 december 2007     20 december 2007     20 december 2007  
  1429       1 Muharram     10 januari 2008     10 januari 2008     10 januari 2008  
  12 Rabī‘ al-Awwal     20 maart 2008     20 maart 2008     20 maart 2008  
    1 Ramadān     2 september 2008     1 september 2008     1 september 2008  
    1 Shawwāl     2 oktober 2008     1 oktober 2008     30 september 2008  
  10 Dhū ’l-Hijja     9 december 2008     8 december 2008     8 december 2008  
  1430       1 Muharram     29 december 2008     29 december 2008     29 december 2008  
  12 Rabī‘ al-Awwal     9 maart 2009     9 maart 2009   9 maart 2009  
    1 Ramadān     22 augustus 2009     22 augustus 2009   21 augustus 2009  
    1 Shawwāl     21 september 2009     20 september 2009   20 september 2009  
  10 Dhū ’l-Hijja     28 november 2009     27 november 2009   27 november 2009  
  1431       1 Muharram     18 december 2009     18 december 2009   17 december 2009  
  12 Rabī‘ al-Awwal     26 februari 2010     26 februari 2010   26 februari 2010  
    1 Ramadān     11 augustus 2010     11 augustus 2010   11 augustus 2010  
    1 Shawwāl     10 september 2010     10 september 2010   9 september 2010  
  10 Dhū ’l-Hijja     17 november 2010     16 november 2010   16 november 2010  
  1432       1 Muharram     8 december 2010     7 december 2010   7 december 2010  
  12 Rabī‘ al-Awwal     16 februari 2011     15 februari 2011   15 februari 2011  
    1 Ramadān     1 augustus 2011     1 augustus 2011   1 augustus 2011  
    1 Shawwāl     31 augustus 2011     30 augustus 2011   30 augustus 2011  
  10 Dhū ’l-Hijja     7 november 2011     6 november 2011   6 november 2011  
  1433       1 Muharram     27 november 2011     26 november 2011   26 november 2011  
  12 Rabī‘ al-Awwal     5 februari 2012     4 februari 2012   4 februari 2012  
    1 Ramadān     20 juli 2012     20 juli 2012   20 juli 2012  
    1 Shawwāl     19 augustus 2012     19 augustus 2012   19 augustus 2012  
  10 Dhū ’l-Hijja     26 oktober 2012     26 oktober 2012   25 oktober 2012  
  1434       1 Muharram     15 november 2012     15 november 2012   15 november 2012  
  12 Rabī‘ al-Awwal     24 januari 2013     24 januari 2013   24 januari 2013  
    1 Ramadān     9 juli 2013     9 juli 2013   9 juli 2013  
    1 Shawwāl     8 augustus 2013     8 augustus 2013   8 augustus 2013  
  10 Dhū ’l-Hijja     15 oktober 2013     15 oktober 2013   15 oktober 2013  

Merk op dat het islamitisch jaar 1429 in zijn geheel in het westerse jaar 2008 viel.

Literatuur voor meer achtergrond en technische gegevens (chronologisch geordend)


naar boven naar de begin pagina