De islam en de sterrenkunde

klik voor een grotere afgbeelding
Sterrenwacht van Taqī al-Dīn in Istanbul (ca. 1575).

Inleiding

Net zoals bij vele andere godsdiensten speelt de sterrenkunde een grote rol in de islam. Zo dienen de gebedsrituelen (ṣalāt) die elke moslim vijfmaal per dag moet verrichten, te gebeuren binnen voorgeschreven perioden die vastgelegd zijn door de hoogte van de zon boven of onder de horizon. En voor de bepaling van de heilige dagen in de islamitische kalender dienen de schijngestalten van de maan nauwlettend gevolgd te worden. De Koran noemt de zon (shams) en de maan (qamar) dan ook meerdere malen als hemellichamen die door Allāh zijn geschapen met het specifieke doel om de mens te dienen met het aangeven van de dag in het jaar en het uur van de dag (zie bijv. soera 2:189, 6:96, 7:54, 10:5-6, 13:2, 14:33, 16:12, 25:61-62, 29:61, 31:29, 35:13, 36:37-40, 39:5).

Gedurende vele eeuwen hebben talrijke islamitische sterrenkundigen zich dan ook ingespannen om hun theorieën over de beweging van de maan en de zon te verfijnen zodat zij beter in staat zouden zijn om de voorgeschreven dagen en tijden voor de verschillende islamitische rituelen te voorspellen.

Niet alleen de sterrenkunde maar ook de geografie speelt een grote rol in de islam. Omdat de islamitische gebedsrituelen verricht dienen te worden met het gezicht gewend naar Mekka, is het voor iedere moslim van belang om te weten wat zijn geografische positie is opdat de juiste kompasrichting naar Mekka (qibla) bepaald kan worden.

klik voor een grotere afbeelding
Met behulp van een astrolabe kan uit een meting van de zonshoogte nauwkeurig het uur van de dag bepaald worden. Detail uit een handschrift gedateerd 635 AH (1237/38) van de Maqamāt (“De Bijeenkomsten”) van de schrijver Abū Muḥammad al-Qāsim ibn Ali al-Harīrī (1054-1122) uit Basra.

Theorie en praktijk in het verleden

In eerste instantie baseerden islamitische sterrenkundigen zich op bronnen uit de klassieke oudheid zoals deze waren overgeleverd in de werken van Klaudios Ptolemaëus van Alexandrië (ca. 150 n.Chr.) en andere Griekse wis- en sterrenkundigen die zij naar het Arabisch vertaalden. Ook handschriften in het Pahlavi-Perzisch en het Sanskriet over de wis- en sterrenkunde werden naar het Arabisch omgezet. Deze teksten werden niet slaafs overgenomen maar waar nodig, werden zij met nieuwe waarnemingen aangepast en verbeterd.

Met behulp van deze bronnen en hun eigen waarnemingen wisten islamitische sterrenkundigen deze wetenschap tot een dusver ongekend hoge graad van perfectie te ontwikkelen. De grootste bloeiperiode van de islamitische sterrenkunde valt tussen de achtste en de elfde eeuw van onze jaartelling maar tot ver in de zestiende eeuw behield zij haar voorsprong op de sterrenkunde in Europa en elders ter wereld. Zo waren tot het einde van de middeleeuwen de beste sterrenkundige tabellen in Europa gebaseerd op die van islamitische sterrenkundigen.

Ook in Europa stonden de werken van de islamitische wis- en sterrenkundigen in hoog aanzien nadat velen hiervan vanaf de tweede helft van de twaalfde eeuw in Moors Spanje en Sicilië naar het Latijn werden vertaald en in de daaropvolgende eeuwen vervolgens ook naar de Europese spreektalen werden omgezet. Zo dankt de huidige wis- en sterrenkunde nog diverse begrippen die rechtstreeks vanuit het Arabisch zijn ontleend, zoals

Ook de namen van vele heldere sterren in de nachthemel (zoals Aldebaran, Algol, Alkor, Alphard, Altair, Betelgeuze, Deneb, Fomalhaut, Mirak, Mirphak, Mizar, Rastaban en Wega) verraden hun herkomst uit het Arabisch.

Ook het rekenen met trigonometrische functies, zoals de sinus en de tangens, en ons huidige notatie voor getallen danken wij aan de islamitische wiskunde. In het jaar 1424 wist de Perzische wis- en sterrenkundige Ghiyāth al-Dīn Jamshīd ibn Mas‘ūd al-Kāshī de wiskundige constante π (de verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel) zelfs tot op 16 decimalen nauwkeurig te berekenen.

klik voor een grotere afbeelding
Voorstelling van het geocentrisch wereldbeeld in de Zubdat al-Tawarikh, een geillustreerde geschiedenis van de wereld sinds de Schepping, samengesteld door Seyyid Loqman Ashuri en in 1583 opgedragen aan de Ottomaanse sultan Murad III. Van binnen naar buiten zijn als volgt gerangschikt: de sferen van de zeven planeten (de maan, Merkurius, Venus, de zon, Mars, Jupiter en Saturnus), de tekens van de dierenriem, de maanfasen en tenslotte figuren die de maanhuizen uitbeelden. Het laatstgenoemde sfeer (die ook in India en in China bekend was) verbeeldt een verdeling van de dierenriem in 28 delen die in het westen alleen in sommige astrologische handschriften terug is te vinden (Museum voor Turkse en Islamitische Kunst, Istanbul).

Naast de theorie was er ook een grote belangstelling voor praktische hulpmiddelen om allerhande sterrenkundige en tijdrekenkundige problemen snel en eenvoudig op te lossen. Één van de meest populaire hulpmiddelen hiervoor was het astrolabium, een van oorsprong Grieks-sterrenkundige instrument die door islamitische instrumentmakers en sterrenkundigen werd aangepast en verfijnd. Hiermee was het bijvoorbeeld mogelijk om de gebedstijden snel en eenvoudig uit de stand van de zon (overdag) of de sterren (in de nacht) af te leiden.

Ook ingewikkelde wiskundige problemen zoals de bepaling van de gebedsrichting naar Mekka (qibla) kon hiermee opgelost worden. Voor de professionele sterrenkundige of astroloog diende het instrument als een universeel rekenmachine waarmee de stand van de hemel voor elk moment van de dag of de nacht voorspeld kon worden.

Ook in Europa raakte het astrolabium dankzij de invloed van de islamitische wetenschap in Moors Spanje en zuidelijk Italië (met name Sicilië) vanaf de twaalfde eeuw in zwang. In Europa bleef dit instrument populair tot het midden van de zeventiende eeuw toen verfijningen in de constructie van mechanische uurwerken het overbodig maakten maar in de islamitische wereld bleef zij tot ver in de negentiende eeuw in gebruik.

Een andere hiermee verwant instrument was het gebedskwadrant (ook wel astrolabekwadrant (of almucantarkwadrant genoemd) die met name geschikt was voor het bepalen van de gebedstijden en die tot ver in de negentiende eeuw werd toegepast. Ook kon men hiermee de gebedsrichting bepalen en andere wiskundige berekeningen uitvoeren.

klik voor een grotere afbeelding
Voorzijde van een islamitische astrolabium gemaakt in 315 AH (927/928 n.Chr.) door de instrumentmaker Muḥammad ibn ‘Abdallāh Bastūlus Asturlābī. De cirkelvormige lijnen op dit instrument zijn het resultaat van een stereografische projectie van de hemelbol op een platte vlak (Dār al-Ātār al-Islāmīya, Koeweit).

Dat de islamitische sterrenkundigen uitgingen van het geocentrische wereldbeeld, het klassieke wereldbeeld waarin de aarde centraal stond en waaromheen de zon, de maan, de planeten en de sterren draaiden, mag nu misschien als ouderwets en achterhaald worden beschouwd maar deze hypothese werd toen door alle geleerden (zowel islamitisch als niet-islamitisch) aangehangen en deze was voor het berekenen van de posities van de hemellichamen en het voorspellen van de dagelijkse hemelverschijnselen toereikend genoeg. Pas vanaf de zestiende en zeventiende eeuw werden in Europa hoekmeetkundige en tijdmeetkundige instrumenten ontwikkeld die nauwkeurig genoeg waren om de afwijkingen in het klassieke wereldbeeld aan te tonen.

De hedendaagse theorie en praktijk

Tot op de dag van vandaag speelt de sterrenkunde een fundamentele rol in de islamitische tijdrekening. Natuurlijk gaat men nu niet meer uit van het klassieke wereldbeeld maar van het heliocentrisch wereldbeeld welk in 1543 door Nicolaus Copernicus (1473-1543) in zijn De revolutionibus orbium coelestium werd gepubliceerd en waarin niet de aarde maar de zon centraal staat. Ook de meest recente tabellen voor de posities van de zon en de maan, zoals deze in de afgelopen eeuwen door westerse sterrenkundigen tot een bijna ongelofelijke precisie zijn verfijnd, worden nu aangewend voor het berekenen van de dagelijkse hemelverschijnselen.

Toch is de rol van de traditionele islamitische sterrenkunde bij lange na nog niet uitgespeeld. Nog altijd hanteert men bij de moderne berekeningen voor de islamitische gebedstijden voor bepaalde parameters nog altijd de traditionele waarden die men eeuwenlang in het verleden ook gebruikte. Alleen gebruikt men nu hierbij niet meer een astrolabe of een gebedskwadrant maar een computer programma die men vaak via het internet kan downloaden.

Literatuur en internet sites voor meer achtergrond


naar boven naar de begin pagina