Indeling van de Koran

Traditioneel wordt de Koran in 114 soera’s (sūra; Turks sure) \of hoofdstukken verdeeld. Met uitzondering van de eerste zijn de soera’s ruwweg op volgorde van hun lengte gerangschikt waardoor de Koran geen chronologische opbouw vertoont. Het volgende tabel geeft een overzicht van de soera’s van de Koran, de Arabische titel met een  Nederlandse vertaling en het aantal verzen.

Het volgende tabel geeft de traditionele Arabische namen van de soera’s, de Nederlandse weergaven in de Koranvertalingen van Kramers (1956), Leemhuis (1989) en Siregar (1996) en het aantal verzen waarin elke soera volgens moderne uitgaven van de Koran is onderverdeeld.

nr. soera Kramers (1956)
[Jaber & Jansen (1992)]
Leemhuis (1989) Siregar (1996)  
    1 Sūrat al-Fātiḥa De openende de opening De Opener     7
    2 Sūrat al-Baqara De koe de koe De Koe 286
    3 Sūrat Āl ‘Imrān Het geslacht van ‘Imrān ‘Imraans mensen De Familie van ‘Imrān 200
    4 Sūrat an-Nisā’ De vrouwen de vrouwen De Vrouwen 176
    5 Sūrat al-Mā’ida De dis [De Tafel] de tafel De Tafel 120
    6 Sūrat al-An‘ām De kuddedieren het vee Het Vee 165
    7 Sūrat al-A‘rāf De wallen de kantelen De Hoge Muren 206
    8 Sūrat al-Anfāl De buitvoordelen de buit De Oorlogsbuit   75
    9 Sūrat at-Tawba Het berouw het berouw Het Berouw 129
  10 Sūrat Yūnus Jonas Joenoes De Profeet Yôenoes 109
  11 Sūrat Hūd Hūd Hoed De Profeet Hôed 123
  12 Sūrat Yūsuf Jozef Joesoef De Profeet Yôesoef 111
  13 Sūrat ar-Ra‘d De donder de donder De Donder   43
  14 Sūrat Ibrāhīm Abraham Ibrahiem De Profeet Ibrâhîm   52
  15 Sūrat al-Ḥijr al-Ḥidjr al-Hidjr Al-Hidjr   99
  16 Sūrat an-Naḥl De bijen de bijen De Bij 128
  17 Sūrat al-Isrā’ De nachtreize de nachtreis De Nachtreis 111
  18 Sūrat al-Kahf De grot de grot De Grot 110
  19 Sūrat Maryam Maria Marjam Maria   98
  20 Sūrat Ṭā Hā [De Letters Thâ Hâ] Taha De Letters Thâ Hâ 135
  21 Sūrat al-Anbiyā’ De profeten de profeten De Profeten 112
  22 Sūrat al-Ḥajj De bedevaart de bedevaart De Haddj   78
  23 Sūrat al-Mu’minūn De gelovigen de gelovigen De Gelovigen 118
  24 Sūrat an-Nūr Het licht het licht Het Licht   64
  25 Sūrat al-Furqān De onderscheiding het reddend onderscheidingsmiddel De Onderscheider   77
  26 Sūrat ash-Shu‘arā’ De dichters de dichters De Dichters 227
  27 Sūrat an-Naml De mieren de mieren De Mieren   93
  28 Sūrat al-Qaṣaṣ De vertelling het verhaal Het Verhaal   88
  29 Sūrat al-‘Ankabūt De spin de spin De Spin   69
  30 Sūrat ar-Rūm De Rūm [De Byzantijnen] de Romeinen De Romeinen   60
  31 Sūrat Luqmān [Lūqmān] Loekmaan Loeqmān   34
  32 Sūrat as-Sajda De prosternatie de eerbiedige neerbuiging De Neerknieling   30
  33 Sūrat al-Aḥzāb De partijscharen de partijen De Bondgenoten   73
  34 Sūrat Sabā’ Saba Saba’ Saba’   54
  35 Sūrat Fāṭir Schepper Grondlegger De Schepper   45
  36 Sūrat Yā Sīn [De Letters Ya Sîn] ja sien De Letters Ya Sîn   83
  37 Sūrat aṣ-Ṣāffāt De in rijen geschaarden de zich opstellenden De in Rijen staanden 182
  38 Sūrat Ṣād [De Letter Shâd] saad De Letter Shâd   88
  39 Sūrat az-Zumar De scharen de drommen De Menigten   75
  40 Sūrat Ghāfir Vergever Hij die vergeeft De Vergever   85
  41 Sūrat Fuṣṣilat Duidelijk uiteengezet zij zijn uiteengezet Duidelijk uitgelegd   54
  42 Sūrat ash-Shūrā De beraadslaging het beraad Het Overleg   53
  43 Sūrat az-Zukhruf De versiering pracht en praal De Versiering   89
  44 Sūrat ad-Dukhān De rook de rook De Rook   59
  45 Sūrat al-Jāthiya De geknielden de neergeknielden De Geknielden   37
  46 Sūrat al-Aḥqāf De zandduinen de zandduinen De Zandheuvels   35
  47 Sūrat Muḥammad Mohammed Mohammed De Profeet Moehammad   38
  48 Sūrat al-Fatḥ De uitkomst het succes De Overwinning   29
  49 Sūrat al-Ḥujurāt De binnenvertrekken de binnenkamers De Kamers   18
  50 Sūrat Qāf [De Letter Qâf] kaâf De Letter Qâf   45
  51 Sūrat ad-Dhāriyāt De wegvagenden de opjagenden Zij Die Doen Opwaaien   60
  52 Sūrat aṭ-Ṭūr De berg al-Tūr [De Berg] de berg De Berg   49
  53 Sūrat an-Najm Het gesternte de ster De Ster   62
  54 Sūrat al-Qamar De maan de maan De Maan   55
  55 Sūrat ar-Raḥmān De Erbarmer de Erbarmer De Erbarmer   78
  56 Sūrat al-Wāqi‘a De Invallende het aanstaande De Dag der Opstanding   96

  57

Sūrat al-Ḥadīd Het ijzer het ijzer Het IJzer   29
  58 Sūrat al-Mujādala De vertogende de twist De Twistster 22
  59 Sūrat al-Ḥashr De opdrijving het verzamelen De Verzameling 24
  60 Sūrat al-Mumtaḥana De op de proef gestelde zij die op de proef gesteld wordt Zij die ondervraagd wordt 13
  61 Sūrat aṣ-Ṣaff De slagorde het gelid De Slagorde 14
  62 Sūrat al-Jumu‘a De bijeenkomst de samenkomst De Vrijdag 11
  63 Sūrat al-Munāfiqūn De huichelaars de huichelaars De Huichelaars 11
  64 Sūrat at-Taghābun Het wederzijds bedrog [Het Bedrog] de zwendel De Oplichterij 18
  65 Sūrat aṭ-Ṭalāq De verstoting de scheiding De Echtscheiding 12
  66 Sūrat at-Taḥrīm De verbodenverklaring het verbieden Het Verbieden 12
  67 Sūrat al-Mulk Het Koningschap de heerschappij De Heerschappij 30
  68 Sūrat al-Qalam Het schrijfriet de pen De Pen 52
  69 Sūrat al-Ḥāqqa De Wezenlijke de verwerkelijking De Verwezenlijking 52
  70 Sūrat al-Ma‘ārij De treden de trappen De Trappen 44
  71 Sūrat Nūḥ Noach Noeh De Profeet Nôeh 28
  72 Sūrat al-Jinn De djinn [De Demonen] de djinn De Djinn 28
  73 Sūrat al-Muzzammil De ingehulde de in kleren gehulde De Omhulde 20
  74 Sūrat al-Muddaththir De ommantelde de ommantelde De Ommantelde 56
  75 Sūrat al-Qiyāma De opstanding de opstanding De Opstanding 40
  76 Sūrat al-Insān De mens de mens De Mens 31
  77 Sūrat al-Mursalāt De uitgezondenen de losgelatenen De Uitgezondenen 50
  78 Sūrat an-Nabā’ De konde de mededeling De Aankondiging 40
  79 Sūrat an-Nāzi‘āt De uitrukkenden de losrukkers De Uitrukkenden 46
  80 Sūrat ‘Abasa Hij fronste hij fronste Hij Fronste 42
  81 Sūrat at-Takwīr De vouwing het omwinden Het Oprollen 29
  82 Sūrat al-Infiṭār De splijting het splijten De Splijting 19
  83 Sūrat al-Muṭaffifīn De knoeiers [De Ondermaatgevers] de knoeiers De Zwendelaars 36
  84 Sūrat al-Inshiqāq De uiteenscheuring het barsten De Verscheuring 25
  85 Sūrat al-Burūj De lichttorens [De Sterrenbeelden] de sterrenbeelden De Sterrenstelsels 22
  86 Sūrat aṭ-Ṭāriq De nachtganger de nachtster De Verlichtende Ster 17
  87 Sūrat al-A‘lā De Allerhoogste de Hoogste De Hoogste 19
  88 Sūrat al-Ghāshiya De Overweldigende de bedekking De Opstanding 26
  89 Sūrat al-Fajr De dageraad de dageraad De Dageraad 30
  90 Sūrat al-Balad Het oord de stad De Stad 20
  91 Sūrat ash-Shams De zon de zon De Zon 15
  92 Sūrat al-Layl De nacht de nacht De Nacht 21
  93 Sūrat aḍ-Ḍuḥā Het morgenlicht het morgenlicht Het Ochtendlicht 11
  94 Sūrat ash-Sharḥ De verruiming de verruiming De Verruiming   8
 95 Sūrat at-Tīn De vijgeboom de vijgeboom De Vijgeboom   8
  96 Sūrat al-‘Alaq De bloedklomp de bloedklonter De Bloedklomp 19
  97 Sūrat al-Qadr De Maat de beslissing De Waardevolle   5
  98 Sūrat al-Bayyina Het bewijsteken het duidelijke bewijs Het Duidelijke Bewijs   8
  99 Sūrat az-Zalzala De beving de aardbeving De Beving   8
100 Sūrat al-‘Ādiyāt De rennenden de rennenden De Rennende Paarden 11
101 Sūrat al-Qāri‘a De Daverende de katastrofe De Daverende 11
102 Sūrat at-Takāthur De wedijver in vermeerdering de wens naar meer De Wedijver om Meer   5
103 Sūrat al-‘Aṣr De namiddagtijd de namiddag De Tijd   3
104 Sūrat al-Humaza De aanslagpleger de lasteraar De Lasteraar   9
105 Sūrat al-Fīl De olifanten [De Olifant] de olifant De Olifant   5
106 Sūrat Quraysh De Ḳuraisjieten [De Qurayshieten] Koeraisj De Qoeraisj   4
107 Sūrat al-Mā‘ūn De leeftocht de hulpverlening De Levensbenodigheden   7
108 Sūrat al-Kawthar De overvloedigheid de overvloed De Overvloed   3
109 Sūrat al-Kāfirūn De ongelovigen de ongelovigen De Ongelovigen   6
110 Sūrat an-Naṣr De hulpe de hulp De Hulp   3
111 Sūrat al-Masad De vezels het touw De Touwvezels   5
112 Sūrat al-Ikhlāṣ De toewijding de toewijding Het Zuiveren   4
113 Sūrat al-Falaq De doorbraak de ochtendschemering De Dageraad   5
114 Sūrat an-Nās De mensen de mensen De Mensen   6

Indeling van de Koran in dertig delen

Ook traditioneel is de opdeling van de Koran in dertig delen (juz’, meervoud ajza’; Turks cüz) van ongeveer gelijke lengte. Hiermee is het gemakkelijk om de Koran in één maand geheel door te lezen of voor te dragen, hetgeen gedurende de vastenmaand (Ramadan) in veel moskeeën wordt gedaan..

dag soera’s   dag soera’s   dag soera’s   dag soera’s   dag soera’s
1 1:1 – 2:141 7 5:82 – 6:110 13 12:53 – 14:52 19 25:21 – 27:55 25 41:47 – 45:37
2 2:142 – 2:252 8 6:111 – 7:87 14 15:1 – 16:128 20 27:56 – 29:45 26 46:1 – 51:30
3 2:253 – 3:92 9 7:88 – 8:40 15 17:1 – 18:74 21 29:46 – 33:30 27 51:31 – 57:29
4 3:93 – 4:23 10 8:41 – 9:92 16 18:75 – 20:135 22 33:31 – 36:27 28 58:1 – 66:12
5 4:24 – 4:147 11 9:93 – 11:5 17 21:1 – 22:78 23 36:28 – 39:31 29 67:1 – 77:50
6 4:148 – 5:81 12 11:6 – 12:52 18 23:1 – 25:20 24 39:32 – 41:46 30 78:1 – 114:6

De Mekkaanse en Medinensische soera’s van de Koran

Op basis van hun inhoud hebben korangeleerden deze in twee groepen verdeeld: de soera’s die tijdens het leven van Mohammed in Mekka zouden zijn neer gezonden en de soera’s die Mohammed tijdens de laatste tien jaar van zijn leven in Medina zou hebben ontvangen.

Diverse korangeleerden hebben in het verleden ook geprobeerd om de chronologische volgende van de soera’s op basis van hun inhoud preciezer vast te stellen. Omdat korangeleerden hierover echter onderling verdeeld waren wordt deze informatie in moderne koranvertalingen vaak weggelaten. Het volgende overzicht is ontleend uit de koranvertalingen van Kramers en Leemhuis, die zich op hun beurt weer baseerde op de Egyptische standaard editie van de Arabische tekst van de Koran uit 1924. Een * geeft aan dat de betreffende soera verzen uit een eerdere of een latere periode bevat.

Mekkaanse soera’s 96, 68*, 73*, 74, 1, 111, 81, 87, 92, 89, 93, 94, 103, 100, 108, 102, 107, 109, 105, 113, 114, 112, 53, 80, 97, 91, 85, 95, 106, 101, 75, 104, 77*, 50*, 90, 86, 54*, 38, 7*, 72, 36*, 25*, 35, 19*, 20*, 56*, 26*, 27, 28*, 17*, 10*, 11*, 12*, 15, 6*, 37, 31*, 34*, 39*, 40*, 41, 42*, 43*, 44, 45*, 46*, 51, 88, 18*, 16*, 71, 14*, 21, 23, 32*, 52, 67, 69, 70, 78, 79, 82, 84, 30*, 29*, 83
verzen ingevoegd in de Medinensische periode: 6:20, 23, 91, 114, 141 & 151-153; 7:163-170; 10:40 & 94-96; 11:12, 17 & 114; 12:1-3 & 7; 14:28-29; 16:126-128; 17:26, 32-33, 57 & 73-80; 18:28 & 83-101; 19:58 & 71; 20:130-131; 25:68-70; 26:197 & 224-227; 28:52-55 & 85; 29:1-11;.30:17; 31:27-29; 32:16-20; 34:6; 36:45; 39:52-54; 40:56-57; 42:23-25 & 27; 43:54; 45:14; 46:10, 15 & 35; 50:38; 54:54-56; 56:71-72; 68:17-33 & 48-50; 73:10-11 & 20; 77:48
Medinensische soera’s 2, 8*, 3, 33, 60, 4, 99, 57, 47*, 13, 55, 76, 65, 98, 59, 24, 22, 63, 58, 49, 66, 64, 61, 62, 48, 5, 9*, 110
verzen ingevoegd uit de Mekkaanse periode: 8:30-36; 9:128-129; 47:13

>Ook Westerse islamwetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de waarschijnlijke chronologische volgorde van de koransoera’s. Van de verschillende schema’s die in de literatuur worden genoemd is de meest invloedrijke nog altijd het volgende schema, al in 1860 voorgesteld door de Duitse orientalist Theodor Nöldeke (1836-1930) in zijn Geschichte des Qorâns.

Eerste Mekkaanse periode 96*, 74*, 111, 106, 108, 104, 107, 102, 105, 92, 90, 94, 93, 97, 86, 91, 80, 68*, 87, 95, 103*, 85, 73*, 101, 99, 82, 81, 53*, 84*, 100, 79*, 77, 78*, 88, 89, 75*, 83, 69, 51*, 52*, 56*, 70, 55*, 112, 109, 113, 114, 1
verzen ingevoegd in de latere Mekkaanse perioden: 52:21, 29-49; 68:17-52; 78:37-41; 79:27-46; 96:9-19
verzen ingevoegd in de Medinensische periode: 73:20; 74:31
verzen die nog later zijn ingevoegd: 51:24-60; 53:23, 26-32; 55:8-9, 33 (behalve de laatste vijf woorden); 56:75-96; 75:16-19; 84:25; 103:3
Tweede Mekkaanse periode 54, 37, 71, 76, 44, 50, 20, 26, 15, 19, 38, 36, 43, 72, 67, 23, 21, 25, 17, 27, 18
Derde Mekkaanse periode 32, 41, 45, 16*, 30, 11, 14*, 12, 40, 28, 39, 29*, 31*, 42, 10, 34, 35, 7*, 46, 6*, 13
verzen ingevoegd in de Medinensische periode: 6:91-94; 7:157f; 14:35-39; 16:41f, 110-125; 29:1-11, ?45, ?69; 31:11-18, 25-28
Medinensische periode 2*, 98, 64, 62, 8, 47, 3, 61, 57, 4, 65, 59, 33, 63, 24, 58, 22*, 48, 66, 60, 110, 49, 9*, 5*
verzen ingevoegd uit de Mekkaanse periode: 2:163-171, ?200-202, ?204-207; 5:??-??; 9:??-??; 22:1-24, 43-55, 59-64, 66-74