2 – Sūrat al-Baqara (“De Koe”)

216 [212]    U is voorgeschreven te strijden, ook al is het met tegenzin.
      
217 [213]    Maar mogelijk hebt gij tegenzin in iets hoewel het toch goed is voor u, en mogelijk hebt gij behagen in iets hoewel het toch slecht is voor u. Doch God weet en gij weet niet.
      
[214]    Zij [de ongelovigen van Mekka] zullen u ondervragen over de gewijde maand, het strijden daarin. Zeg: Strijden daarin is iets ernstigs, maar afwenden van de weg Gods en ongeloof aan Hem en van het Gewijde Bedehuis [de Ka‘ba], en het uitdrijven daaruit van de lieden die er bij horen, is ernstiger bij God. En de verzoeking is ernstiger dan de doodslag. En zij zullen niet ophouden u te bestrijden, totdat zij u terugdrijven van uw godsdienst indien zij daartoe machtig zijn. Maar wie uwer zich laat terugdrijven van zijn godsdienst, die zal sterven als een ongelovige. Diegenen, hun daden zijn vruchteloos in het nabije leven en het latere en zij zijn de lieden van het Vuur, eeuwig-levend daarin.
      
218 [215]    Zij die geloven en die uitgeweken zijn [naar Medina] en die zich beijveren op de weg Gods, zij zijn het die hopen op de barmhartigheid van God. God is vergevend en barmhartig.

© A. Jaber & J.J.G. Jansen (1992)

Arabische tekst en andere vertalingen