Herinvoering van de zomertijd

Kort na de ‘olie crisis’ in het najaar van 1973, ten gevolg van een OPEC olie-embargo in respons op de Nederlandse steun aan Israel tijdens de Jom Kipoeroorlog, werd de wenselijkheid van de herinvoering van de zomertijd in Nederland opnieuw bepleit en in het voorjaar van 1977 werd de wet bijgesteld om dit weer mogelijk te maken (Staatsblad 1977/131). In hetzelfde jaar werd de zomertijd weer, na meer dan dertig jaar, opnieuw ingevoerd.

De Nederlandse zomertijdregeling van 1977 tot 1980
Jaar Begin Einde Bron Begin Einde
1977 3 apr 2h 25 sep 3h Stb. 1977/149  Eerste zondag 
van april
De zondag vóór
of op 1 oktober
1978 2 apr 2h   1 okt 3h Stb. 1978/43  
1979 1 apr 2h 30 sep 3h Stb. 1978/615
1980 6 apr 2h 28 sep 3h Stb. 1979/488

Nadat aanvankelijk enkele lidstaten van de Europese Unie op eigen gezag de zomertijd hadden ingevoerd, ontstond al snel de behoefte om binnen de Europese Unie tot één gezamenlijke afspraak te komen zodat aangrenzende landen gelijktijdig zouden omschakelen en weer terug zouden schakelen. De zo afgesproken richtlijnen, die steeds voor een aantal jaren van kracht waren, zijn de volgende geweest:

Richtlijnen van de Europese Unie betreffende de zomertijdregeling
Nr. Richtlijn Publicatieblad van de
Europese Gemeenschappen
Periode van

geldigheid

Voorstelen Definitieve wet
1 1980/737/EEG 1976/C79/38
1976/C131/12
1980/L205/17 1980–1981
2 1982/399/EEG 1981/C310/13
1982/C125/23
1982/L173/16–17 1982–1985
3 1984/634/EEG 1984/C307/8
1984/C315/15
1984/L331/33 1986–1988
1985/582/EG   1985/L372/38  
4 1988/14/EG 1987/C325/6
1987/C345/211
1987/C356/71
1988/C13/168
1988/L6/38 1989
5 1989/47/EG 1988/C201/5
1988/C290/178
1988/C337/11
1989/C12/384
1989/L17/57–58 1990–1992
6 1992/20/EG 1991/C219/4
1992/13/509
1992/C37/1
1992/C40/14
1992/C94/160
1992/L89/28–29 1993–1994
7 1994/21/EG 1993/C278/13
1994/C20/531
1994/C34/21
1994/C88/4
1994/C128/511
1994/C137/38
1994/L164/1–2 1995–1997
8 1997/44/EG 1996/C342/5
1996/C380/20
1997/C30/20
1997/C157/8
1997/C200/66
1997/L206/62–63 1998–2001
2000/84/EG 2000/C337E/136–137
2001/C35/7
2001/C116/37–38
2001/C154E/104–107
2001/L31/21–22 2002–onbepaald

De hierin gemeenschappelijk afgesproken perioden worden in het Staatsblad gepubliceerd, eerst jaarlijks maar sinds 1989 steeds voor een aantal jaren tegelijk.

De zomertijdregeling van 1981 tot 2001
Jaar Begin Einde Bron Begin Einde
1981 29 mrt 2h 27 sep 3h Stb. 1980/490 Laatste zondag
van maart
(1h U.T.C.)
Laatste zondag
van september
(1h U.T.C.)
1982 28 mrt 2h 26 sep 3h Stb. 1981/604
1983 27 mrt 2h 25 sep 3h Stb. 1982/612
1984 25 mrt 2h 30 sep 3h Stb. 1983/433
1985 31 mrt 2h 29 sep 3h Stb. 1984/569
1986 30 mrt 2h 28 sep 3h Stb. 1985/643
1987 29 mrt 2h 27 sep 3h Stb. 1986/537
1988 27 mrt 2h 25 sep 3h Stb. 1987/440
1989 26 mrt 2h 24 sep 3h Stb. 1988/484
1990 25 mrt 2h 30 sep 3h Stb 1989/357
1991 31 mrt 2h 29 sep 3h
1992 29 mrt 2h 27 sep 3h
1993 28 mrt 2h 26 sep 3h Stb. 1992/477
1994 27 mrt 2h 25 sep 3h
1995 26 mrt 2h 24 sep 3h Stb. 1994/821
1996 31 mrt 2h 27 okt 3h Laatste zondag
van oktober
(1h U.T.C.)
1997 30 mrt 2h 26 okt 3h
1998 29 mrt 2h 25 okt 3h Stb. 1997/539
1999 28 mrt 2h 31 okt 3h
2000 26 mrt 2h 29 okt 3h
2001 25 mrt 2h 28 okt 3h

Zoals uit het bovengegeven overzicht blijkt, is de datum voor het begin van de zomertijdperiode vanaf 1981 onveranderd gebleven op de laatste zondag van maart. Tot en met 1995 liep de zomertijd af op de laatste zondag van september maar vanaf het daaropvolgende jaar werd deze met een maand verlengd om zo uniformiteit met de zomertijdregeling van het Verenigd Koninkrijk te verkrijgen (deze had al eerder in 1981 het begin van haar zomertijdregeling aan die van de Europese Unie aangepast).

Volgens de meest recente richtlijn van de Europese Unie, bekrachtigd door het Europees Parlement en de Raad op 19 januari 2001, blijft de huidige regeling voor onbepaalde tijd ongewijzigd van kracht met de provisie dat deze elke vijf jaar voor eventuele revisie geëvalueerd zal worden. De huidige regeling geldt dus in elk geval tot en met het jaar 2016.

Krachtens deze richtlijn zullen de begin- en einddata voor de zomertijdperioden van 2002 tot 2021 in Nederland als volgt zijn:

De zomertijdregeling van 2002 tot 2021
Jaar Begin Einde Bron Begin Einde
2002 31 mrt 2h 27 okt 3h Stb. 2001/612 Laatste zondag
van maart
(1h U.T.C.)
Laatste zondag
van oktober
(1h U.T.C.)
2003 30 mrt 2h 26 okt 3h
2004 28 mrt 2h 31 okt 3h
2005 27 mrt 2h 30 okt 3h
2006 26 mrt 2h 29 okt 3h
2007 25 mrt 2h 28 okt 3h
2008 30 mrt 2h 26 okt 3h
2009 29 mrt 2h 25 okt 3h
2010 28 mrt 2h 31 okt 3h
2011 27 mrt 2h 30 okt 3h
2012 25 mrt 2h 28 okt 3h
2013 31 mrt 2h 27 okt 3h
2014 30 mrt 2h 26 okt 3h
2015 29 mrt 2h 25 okt 3h
2016 27 mrt 2h 30 okt 3h
2017 26 mrt 2h 29 okt 3h
2018 25 mrt 2h 28 okt 3h
2019 31 mrt 2h 27 okt 3h
2020 29 mrt 2h 25 okt 3h
2021 28 mrt 2h 31 okt 3h

Dezelfde data kunnen ook uit de volgende overzichtstabel afgelezen worden.

Tabellarisch overzicht voor de zomertijden in de Europese Unie vanaf 1996
Begin zomertijd Einde zomertijd Jaar Duur
(weken)
Datum ISO
week
Datum ISO
week
31 mrt 13 27 okt 43 1996 2002   2013 2019 2024 2030   2041 2047 2052 30
30 mrt 13 26 okt 43 1997 2003 2008 2014   2025 2031 2036 2042   2053 30
29 mrt 13 25 okt 43 1998   2009 2015 2020 2026   2037 2043 2048 2054 30
28 mrt 12[13] 31 okt 43[44] 1999 2004 2010   2021 2027 2032 2038   2049 2055 31
27 mrt 12 30 okt 43   2005 2011 2016 2022   2033 2039 2044 2050   31
26 mrt 12 29 okt 43 2000 2006   2017 2023 2028 2034   2045 2051 2056 31
25 mrt 12 28 okt 43 2001 2007 2012 2018   2029 2035 2040 2046   2057 31

ISO week nummers gegeven tussen vierkante haken gelden voor
de schrikkeljaren 2004, 2032, etc., als 29 februari op een zondag valt

Deze tabel kan moeiteloos naar de toekomst voortgezet worden indien men zich bedenkt dat bij elk schrikkeljaar steeds een vakje wordt overgeslagen (let op! 2100, 2200 en 2300 zullen geen schrikkeljaren zijn – 2400 weer wel).

Volgens de huidige afspraken voor de zomertijdregeling duurt de zomertijd ofwel 30 weken of 31 weken. Het begin valt altijd op de laatste dag van ISO week 12 of 13 – het einde is altijd op de laatste dag van ISO week 43 (behalve in de schrikkeljaren 2004, 2032, 2060, etc., als het op de laatste dag van ISO week 44 valt). De langst mogelijke duur van de zomertijd vóór de huidige regeling vond plaats tijdens de eerste jaren van de Duitse bezetting. Toen duurde de zomertijd maar liefst 900 dagen (van 16 mei 1940 tot 2 november 1942).

2012 en erna

De huidige zomertijdregeling in de Europese Unie geldt tot en met het jaar 2016. Het is dus mogelijk dat vanaf 2017 een andere zomertijdregeling gevolgd zal worden.

Tot en met het jaar 2006 hanteerde de Verenigde Staten van Amerika, krachtens de Uniform Time Act of 1966, een zomertijdregeling die aanving op de eerste zondag van april en eindigde op de laatste zondag van oktober. Met ingang van het jaar 2007 wordt, krachtens de Energy Policy Act of 2005 (sect. 110), een langere zomertijdregeling gehanteerd die aanvangt op de tweede zondag van maart en eindigt op de eerste zondag van november.

Tabellarisch overzicht voor de zomertijden in de Verenigde Staten van Amerika vanaf 2007
Begin zomertijd Einde zomertijd Jaar Duur
(weken)
Datum ISO
week
Datum ISO
week
14 mrt 10[11] 7 nov 44[45]   2010   2021 2027 2032 2038   2049 2055 2060 34
13 mrt 10 6 nov 44   2011 2016 2022   2033 2039 2044 2050   2061 34
12 mrt 10 5 nov 44     2017 2023 2028 2034   2045 2051 2056 2062 34
11 mrt 10 4 nov 44 2007 2012 2018   2029 2035 2040 2046   2057 2063 34
10 mrt 10 3 nov 44   2013 2019 2024 2030   2041 2047 2052 2058   34
  9 mrt 10 2 nov 44 2008 2014   2025 2031 2036 2042   2053 2059 2064 34
  8 mrt 10 1 nov 44 2009 2015 2020 2026   2037 2043 2048 2054   2065 34

ISO week nummers gegeven tussen vierkante haken gelden voor
de schrikkeljaren 2032, 2060, etc., als 29 februari op een zondag valt

Volgens deze regeling duurt de zomertijdperiode in de Verenigde Staten vanaf 2007 altijd 34 weken. Het begin valt altijd op de laatste dag van ISO week 10 en het einde is altijd op de laatste dag van ISO week 44 (behalve in de schrikkeljaren 2032, 2060, etc., als het begin en einde op de laatste dag van ISO weken 11 en 45 valt).

Op het moment zijn er echter nog geen aanwijzingen of de lidstaten van de Europese Unie overwegen om het Amerikaanse voorbeeld in de toekomst te volgen.