index - inleiding - gebied - werkwijze - morfologie - planten - dieren - ecologie - streefbeelden

Figuur 1. Kaart Lunetten,
inzet wijdere omgeving

2. Het onderzoeksgebied

2.1 algemeen

In dit hoofdstuk wordt in het kort een beeld geschetst van het onderzoeksgebied. Achtereenvolgens komen de ligging, begrenzing, historie, inrichting en functie van het groen aan bod. Een aantal aspecten dat hier in het kort wordt aangestipt, bepaalt (mede) de grenzen voor een verdere ecologische ontwikkeling van de groenvoorzieningen in de wijk. Het gaat hierbij onder andere om cultuurhistorie, de oorspronkelijke inrichtingsvisie en het gebruik. Aan deze onderwerpen zal in de streefbeeldfase van het project veel ruimer aandacht worden besteed.

2.2 ligging, begrenzing, historie

De wijk Lunetten ligt aan de zuidoostkant van de stad Utrecht, in de kilometerhokken 31-58-23, 24, 33 en 34, en heeft een oppervlakte van circa 192 ha. Het wordt in het noorden begrensd door de spoorlijn Utrecht-'s Hertogenbosch, in het oosten door rijksweg A27, in het zuiden door rijksweg A12 en in het westen door de N722 (de Waterlinieweg).

Foto 2. De wijk Lunetten in aanbouw. De aanleg van de A27 (rechtsboven) is nog niet voltooid. (foto Utrechts Nieusblad)

De wijk is nog betrekkelijk jong. Met de planvorming voor de wijk Lunetten werd begonnen in 1962. De eerste bebouwing dateert van het midden van de jaren zeventig en in de navolgende periode is de wijk geleidelijk volgebouwd.

Vr er met de bouw werd begonnen, maakte Lunetten deel uit van de polder Vechter- en Oud-Wulverbroek, een van de polders van het Kromme Rijngebied. Het was een agrarisch gebied bestaande uit grasland en enkele vruchtboomgaarden. In park De Koppel is een klein stuk van dit oude agrarische landschap behouden gebleven. Andere elementen uit de tijd dat de wijk Lunetten er nog niet was, zijn het Inundatiekanaal, de Lunetten 3 en 4, de Oud-Wulverbroekerwetering en enkele kleinere watergangen.

2.3 inrichting van de wijk

Het hart van het gebied bestaat uit gesloten bebouwing, doorsneden door enkele watergangen die zijn omgeven door groenstroken met opgaande beplanting en die de functie van ecologische verbindingszone hebben. Verspreid binnen het bebouwde gebied liggen kleine groenelementen, zoals grasveldjes en plantsoenen. Rondom de bebouwingskern ligt een nagenoeg continue gordel van parken (Beatrixpark, park De Koppel) en andere groenvoorzieningen. De totale oppervlakte van het groen in de wijk (exclusief de sportvelden) bedraagt circa 75 ha.

Foto 3. Een bosje met een goed ontwikkelde mantel van sleedoorn, Spaanse aak, hazelaar en Gelderse roos (foto H. van den Bijtel)

Het ontwerp voor de inrichting van de parken in de wijk Lunetten is gemaakt door landschapsarchitect Pemmelaar van de gemeente Utrecht. De aangelegde opgaande elementen zijn zogenaamde landschappelijke beplantingen. Dit zijn beplantingen waarbij in hoofdzaak gebruik is gemaakt van soorten die in de omgeving van nature voorkomen, zoals es, wilg, zomereik, zwarte els, hazelaar, sleedoorn, Gelderse roos en Spaanse aak. Bovendien zijn opgaande elementen die al aanwezig waren, daar waar mogelijk gehandhaafd.

De opgaande beplantingen worden afgewisseld met graslandjes en waterpartijen. Het resultaat hiervan is dat de groenvoorzieningen in de wijk een zeer gevarieerd en oorspronkelijk karakter hebben. Dit is ook mede te danken aan het feit dat bij de aanplant en het beheer een natuurlijke structuur van de beplanting is nagestreefd. Zo worden veel bosjes omzoomd door een dichte mantel van struiken.

2.4 functie van en beleid voor het groen

Aan de groenvoorzieningen in de wijk Lunetten worden verschillende functies toegekend, te weten een recreatieve, landschappelijke en een ecologische functie. In veel gevallen overlappen deze functies elkaar, bijvoorbeeld in het geval van de parken; soms is er sprake van een duidelijke scheiding, bijvoorbeeld in geval van een trapveldje dat primair een recreatieve functie heeft. De functie (en het gebruik) van een bepaalde groenvoorziening is in hoge mate bepalend voor het natuurdoel dat bereikt of nagestreefd kan worden.
In verschillende nota's heeft de gemeente Utrecht de functie van de groenvoorzieningen vastgelegd (Gemeente Utrecht 1990, 1998; Oost 1998). Deze nota's vormen een belangrijk kader voor de op te stellen visie. Ten aanzien van de groenvoorzieningen (met een natuurfunctie) heeft de gemeente een aantal beleidsdoelstellingen geformuleerd die in de Kadernota Stadsnatuur (1998) nog verder worden aangescherpt: In de Kadernota Stadsnatuur (1998) is de volgende centrale doelstelling voor de inrichting en het beheer van het openbaar groen in de gemeente Utrecht geformuleerd: Een aanvullende doelstelling is: Deze doelstellingen worden gemotiveerd vanuit de gedachte dat voor de inwoners de natuur in de stad beter beleefbaar wordt als er meer van is, de afstand tot de natuur kort is, als samenhang in de structuur wordt herkend en er sprake is van voldoende variatie in natuur.

In de wijk Lunetten zijn twee zogenaamde groene plekken aangewezen, te weten park De Koppel en het Beatrixpark, alsmede een aantal verbindingen (zie figuur 2).

Figuur 2. Groene plekken (boven) en verbindingen (rechts) in de wijk Lunetten (blauw omgrensd) en omringende wijken (gemeente Utrecht 1998a)

Binnen de Ecologische Infrastructuur voor de stad Utrecht (EIS) vervullen park De Koppel en het Beatrixpark de functie van kerngebied (Oost 1998).