cursus WISB291, Overdragen van de Wiskunde

Dit vak wordt twee keer in dit jaar gegeven, namelijk in periode 2 en een tweede keer in periode 3. Het dient als eerste oriëntatie op de problemen die rijzen bij het overdragen van mathematische kennis en ook bij het in communicatie treden met niet-wiskundigen. Situaties die om aandacht vragen zijn niet alleen het onderwijzen op scholen en universiteiten maar met name ook het overdragen van resultaten en kennis in bedrijven. Na de schriftelijke werkstukken en verslagen uit het eerste jaar ligt nu de nadruk op mondeling overdragen. Er wordt gewerkt in groepen van maximaal 12 studenten, waarbij studenten korte voordrachten houden die in de groep besproken worden. Aangezien er bij dit onderdeel geen tentamen behoort, is lijfelijke aanwezigheid verplicht.
Docenten voor periode 2:
Thijs Ruijgrok, kamer 616 wiskundegebouw, tel. 030-2531525, email ruijgrok@math.uu.nl.
Werkschema van groep 1. Bijeenkomsten in zaal Minnaert 204, maandags 11-13 en woensdags 11-13.


Joke Daemen, kamer 001, Buys Ballot laboratorium, tel. 030-2533876, email J.W.M.J.Daemen@uu.nl
Werkschema van groep 2. Bijeenkomsten in zaal Minnaert 207, maandags 11-13 en woensdags 11-13.

Let op dat er op woensdag 12 december 2007 een plenaire bijeenkomst zal zijn over het overdragen aan een algemeen publiek. Let ook op dat we pas op 14 januari 2008 weer beginnen.

Deelnemerslijsten

Groep 1 (periode 3)

Voorbereidingsbijeenkomsten

Op maandag 12 november 2007 en woensdag 14 november 2007 worden in Minnaert 207 voorbereidingsbijeenkomsten gehouden van het vak, voor degenen die het in periode 2 volgen. Voor degenen die het vak in periode 3 volgen zijn deze bijeenkomsten op maandag 4 februari 2008 en woensdag 6 februari 2008. Aanwezigheid bij deze bijeenkomsten is verplicht.
In deze bijeenkomsten wordt ten eerste een werkschema opgesteld. Ook krijgt iedereen een partner toegewezen (je hebt inspraak in de keuze) waarmee je je voordrachten voorbereidt. Daarna zal Joke Daemen een inleiding verzorgen over hoe je een voordracht structureert en hoe je als toehoorder effectieve feedback geeft.

Inhoud bijeenkomsten

Vanaf de tweede week zal elk college-uur bestaan uit een voordracht door een student (duur: precies 20 min. in de eerste ronde; precies 30 min. in de tweede ronde.). Bij de eerste voordracht moet de spreker er rekening mee houden dat het publiek uit studenten bestaat van minimaal tweedejaars-niveau. Bij de tweede voordracht moet je je richten op een publiek met ongeveer een 5-VWO achtergrondkennis.
De spreker deelt voorafgaand aan zijn of haar voordracht een samenvatting uit, van maximaal 1 A4. Tijdens de voordracht maken de toehoorders aantekeningen op een feedback-formulier.
De voordracht wordt onmiddellijk gevolgd door een nabespreking door de groep (duur: ca 20 min. in de eerste ronde; ca 10 min. in de tweede ronde). Elke bijeenkomst heeft een student als voorzitter die let op de tijd, de goede gang van zaken tijdens de vragen aan het eind van de voordracht en die tevens de nabespreking leidt.

Verslag

Na de voordracht maakt de student een kort verslag (maximaal 1 A4), waarin hij/zij de resultaten van de nabespreking samenvat. Het verslag moet binnen 1 week naar de begeleider gestuurd worden. Dit verslag is van groot belang bij het voorbereiden van de volgende voordracht.

Voorbereiding

Bij het voorbereiden van de voordrachten kan men gebruik maken van het cursusmateriaal Presenteren van Wiskunde en van de checklist.
Nuttige tips voor het schrijven van de samenvatting vind je in de handreiking Schrijven in de Wiskunde

Onderwerpkeuze

Je kunt het beste als onderwerp je kaleidoscoopwerkstuk kiezen. Je bent uiteraard vrij om een ander onderwerp te kiezen, maar je loopt dan het risico dat je veel voorbereidingstijd nodig hebt om eerst zelf het onderwerp te begrijpen.

Voorzitter

De bijeenkomsten worden geleid door een van de deelnemers, de voorzitter. In het algemeen zal dat je partner zijn. De taken van de voorzitter.

Criteria voor de beoordeling:

Het cijfer voor de voordracht wordt door de docent gegeven (heel cijfer, van 0 t/m 10). Het eindcijfer van het vak is het gemiddelde van de twee cijfers behaald in de twee ronden, afgerond tot een half punt, echter geen 5.5. De docent zorgt voor een passende afronding in dat specifieke geval.

Voordrachten

Voordrachten worden als regel in het Nederlands gehouden, maar zij mogen ook in het Engels worden gehouden. Er staat standaard een bord, krijt, en een overheadprojector tot je beschikking. Wil je high tech gebruiken (computerpresentatie mbv Prosper, Powerpoint e.d., computerdemo, video), dan mag dit, maar het wordt afgeraden in dit stadium. Je moet dan de benodigde extra apparatuur zelf regelen. Je kunt je beter concentreren op het verwerven van de benodigde basisvaardigheden.

Vereisten voor het verkrijgen van een voldoende cijfer

Een goede raad

Het vak Overdragen is anders van karakter dan de meeste vakken. Het wordt in een korte periode en zeer intensief gegeven. Een belangrijk aspect daarbij is het omgaan met de aanwezigheidsplicht. Natuurlijke tegenspelers zijn: de nukken van het openbaar vervoer, het weer, ziekte etc. Je hebt twee halve jokers, maar verspeel ze niet lichtzinnig. Zorg ervoor als regel altijd ruim van te voren op de Uithof te zijn, dwz minstens een half uur. De enkele keer dat de trein meer dan een half uur te laat is kun je dan een halve joker inzetten.



Thijs Ruijgrok <ruijgrok@math.uu.nl>
08-11-2006