Op maandag 12 november 2007 en woensdag 14 november 2007 worden
in Minnaert 207 voorbereidingsbijeenkomsten gehouden van het
vak, voor degenen die het in periode 2 volgen. Voor degenen die het vak in periode 3 volgen zijn deze bijeenkomsten op maandag 4 februari 2008 en woensdag 6 februari 2008. Aanwezigheid bij deze bijeenkomsten is verplicht.
In deze bijeenkomsten wordt ten eerste een werkschema opgesteld. Ook krijgt iedereen een partner toegewezen (je hebt inspraak in de keuze) waarmee je je voordrachten voorbereidt. Daarna zal Joke Daemen een inleiding verzorgen over hoe je een voordracht structureert en hoe je als toehoorder effectieve feedback geeft.
Vanaf de tweede week zal elk college-uur bestaan uit een voordracht door een student (duur:
precies 20 min. in de eerste ronde; precies 30 min. in de tweede ronde.). Bij de eerste voordracht moet de spreker er rekening mee houden dat het publiek uit studenten bestaat van minimaal tweedejaars-niveau. Bij de tweede voordracht moet je je richten op een publiek met ongeveer een 5-VWO achtergrondkennis.
De spreker deelt voorafgaand aan zijn of haar voordracht een samenvatting uit, van maximaal 1 A4. Tijdens de voordracht maken de toehoorders aantekeningen op een feedback-formulier.
De voordracht wordt onmiddellijk gevolgd door een nabespreking door de groep (duur: ca 20
min. in de eerste ronde; ca 10 min. in de tweede ronde). Elke bijeenkomst heeft een student als voorzitter die let op de
tijd, de goede gang van zaken tijdens de vragen aan het eind van de voordracht
en die tevens de nabespreking leidt.
Na de voordracht maakt de student een kort verslag (maximaal 1 A4), waarin hij/zij de resultaten van de nabespreking samenvat. Het verslag moet binnen 1 week naar de begeleider gestuurd worden. Dit verslag is van groot belang bij het voorbereiden van de volgende voordracht.
Bij het voorbereiden van de voordrachten kan men gebruik
maken van het cursusmateriaal Presenteren van Wiskunde
en van de checklist.
Nuttige tips voor het schrijven van de samenvatting vind je in de
handreiking Schrijven in de Wiskunde
Je kunt het beste als onderwerp je kaleidoscoopwerkstuk kiezen. Je bent uiteraard vrij om een ander onderwerp te kiezen, maar je loopt dan het risico dat je veel voorbereidingstijd nodig hebt om eerst zelf het onderwerp te begrijpen.
De bijeenkomsten worden geleid door een van de deelnemers, de voorzitter. In het algemeen zal dat je partner zijn. De taken van de voorzitter.
Voordrachten worden als regel in het Nederlands gehouden, maar zij mogen ook in het Engels worden gehouden. Er staat standaard een bord, krijt, en een overheadprojector tot je beschikking. Wil je high tech gebruiken (computerpresentatie mbv Prosper, Powerpoint e.d., computerdemo, video), dan mag dit, maar het wordt afgeraden in dit stadium. Je moet dan de benodigde extra apparatuur zelf regelen. Je kunt je beter concentreren op het verwerven van de benodigde basisvaardigheden.
Het vak Overdragen is anders van karakter dan de meeste vakken. Het wordt in een korte periode en zeer intensief gegeven. Een belangrijk aspect daarbij is het omgaan met de aanwezigheidsplicht. Natuurlijke tegenspelers zijn: de nukken van het openbaar vervoer, het weer, ziekte etc. Je hebt twee halve jokers, maar verspeel ze niet lichtzinnig. Zorg ervoor als regel altijd ruim van te voren op de Uithof te zijn, dwz minstens een half uur. De enkele keer dat de trein meer dan een half uur te laat is kun je dan een halve joker inzetten.