13. De radio's van Bob Evers

Explanation for Foreign Visitors
This article discusses a few occurances of radio sets in a popular series of boy's books that was written during the nineteen fifties by a Dutch author, Willy van der Heide. I deliberately do not write this in English because, unfamiliar with these books (so popular in our country), you aren't going to like this anyways.
Een dik roodharig sproetenmonster, een vrekkige Hollandse modepop, en een Amerikaanse jongen die z'n best doet maar nog steeds niet begrijpt hoe Europa in elkaar steekt. Wie niet weet wie ik bedoel mag meteen stoppen met lezen, maar dat zullen er niet veel zijn. Arie Roos, Jan Prins en Bob Evers zijn de drie jonge helden in een jongensboekenserie die door Willy van der Heide (pseudoniem van Willem Waterman) werd geschreven in de jaren vijftig.

De maestro himself is in lage-resolutie, zwartwit en van achteren vrij bekend van de omslag van de Bob-Eversboekjes, daarom hier een wat minder bekend shot. VanDerHeide Nu is van Willy van der Heide bekend dat hij een groot muziekliefhebber was: hij was bevriend met Schilperoord, de leider van het Dutch Swing College, en dit DSC vormt zelfs het decor van een deel van de serie (B26 Stampij om een Schuiftrompet). Er is daarom op vele plaatsen in de serie sprake van grammofoonplaten, muziek (vaak de nummers met name genoemd) en.... radios: in een interieurbeschrijving ontbreekt dit artikel zelden.

Zeker bij de eerste delen van de serie kan Van der heide onmogelijk met transistorradios bekend zijn geweest (die bestonden nog niet). Wat voor radios heeft hij voor ogen gehad bij het schrijven van de boeken?

Bob Beluistert Buizen-Bakken

In de Stille Zuidzee (B3 De Strijd om het Goudschip) zien we dat kapitein Abercrombie een inboorlingenstam paait door ze een batterijradio kado te doen. (De beschrijvingen die van niet-blanke medemensen worden gegeven zijn tegenwoordig niet meer politiek correct.) Vanuit de sloep werden de wilden op het strand gunstig gestemd door de Danse Macabre van Saint Saëns (p68). Nu waren er in die tijd batterijradios voor mobiel gebruik, maar ook toestellen voor stationnair gebruik in huishoudens waar nog geen stroom was; een voorbeeld is de Philips BX484B hier afgebeeld. De laatste categorie was doorgaans voorzien van twee eindbuizen in klasse B push-pull; vreemd genoeg werd hierdoor een lager stroomgebruik gerealiseerd dan met een enkele eindbuis. Het uitgangsvermogen was tot circa 2W, laten we zeggen dat de Stille Oceaan stil genoeg was om met 2W het strand op een concert te trakteren vanuit een sloep. Door het fraaie houten ontwerp zal het toestel natuurlijk in geen enkele neger-kraal misstaan! Het toestel van Abercrombie moet wel van kortegolf voorzien zijn geweest, want de dichtstbijzijnde zender lag vermoedelijk op duizenden kilometers afstand.

Later, terug in Nederland, vaart Arie over de Ringvaart bij de Kaag: Vega401 B13 Een Motorboot voor een Drijvend Flesje (p124), en daar spelen natuurlijk ook weer batterijradios in de diverse zeilboten. Deze zijn dan natuurlijk van het mobiele soort, zoals de afgebeelde Vega Turist 401 uit 1953. Ze hebben een lager uitgangsvermogen, typisch 200mW, en dat je die over een druk bevaren plas goed kunt horen in een ander boot is denk ik een misrekening van Van der Heide geweest. In de hut die de boeven later in de Grimbos-trilogie kraken (B14 Een Klopjacht op een Kapitein p165) is uiteraard weer een batterijradio aanwezig, helaas worden merk noch technische bijzonderheden vermeld. Onze nationale trots is tot in Colombia (B34 Bob Evers belegert fort B) bekend: maar onze vrienden hebben inmiddels wel een reisje door de tijd gemaakt, want wat treffen zij (op p140) aan in het huis van Cabral? Een ouderwetse Philips-radio met druktoetsen: we mogen hierbij aan een toestel met pianoklavier denken maar tijdens de eerdere avonturen van het drietal waren deze apparaten nog niet geproduceerd, laat staan ouderwets.

Swingend op Pad

De drie jongens zitten bij hun avonturen om de klipklap in autos of vliegtuigen en ook daar moet natuurlijk overvloedig van muziek genoten kunnen worden. In B11 Drie Jongens en een Caravan maakt Van der Heide het wel heel bont. De caravan die door de jongens naar Frankrijk moet worden gebracht is voorzien van maar liefst drie ingebouwde radios! Achter deurtjes in de woonkamer een radiogrammofoon (met de onvermijdeljke Amerikaanse platen!) en in elke slaapkamer èèn. Bob luistert ermee naar RIAS-Berlin (die hij niet kan verstaan).

In B20 Lotgevallen rond een Locomotief kopen de jongens een auto om naar Mexico te rijden... natuurlijk is dit voertuig weer van een radio voorzien en op p23 lezen we dat het enkele tellen nodig had om warm te worden. De afbeelding toont een buizen-autoradio (Radiomobile 100 uit Engeland, 1947.) Autoradios waren rond 1950 voorzien van normale 6V buizen, waarvan de gloeidraden rechtstreeks uit de accu werden gevoed en de hoogspanning werd geleverd door een trilleromvormer. Toen mondjesmaat transistors beschikbaarkwamen zag je ook autoradios met getransistoriseerde eindtrap een in het HF-deel speciale autobuizen die konden werken op 12V plaatspanning: ECH83 en EF83.

Als Hell zo Snel...

De fantasie slaat pas echt mooi op hol als er met zenders gecommuniceerd ReceiveSet6 moet worden, zoals in B16 Nummer Negen Seint New York waarin Jan en Arie door FBI agent Masters met een camouflage-zender op pad worden gestuurd. Masters (op p17): "Die zender is vermomd als een gewoon draagbaar radiotoestel ... Maar zet je de volumeregelaar naar links in plaats van naar rechts, dan werkt het ding als ultrakortegolfzender met de luidspreker als microfoon." Mogelijk heeft het toestel van Jan en Arie een soort spionnenzendertje bevat zoals rechts afgebeeld (foto van Louis Meulstee); de camouflage is bij dit toestel geheel afwezig, maar een dergelijk toestel zou goed ingebouwd kunnen worden in een ruim draagbaar toestel als de boven afgebeelde Vega.
OmslagB16 We zijn in de gelukkige omstandigheid, over een afbeelding van het wonderlijke apparaat te beschikken, want op het omslag zien we de jongens ermee in actie. Helaas heeft de tekenaar het boek niet gelezen: er staat op p128 dat Jan vanaf de zinkende Surfpride met Masters spreekt, en, foei, er staat ook een losse microfoon afgebeeld terwijl de luidspreker toch... De latere tekenaar Moriën maakt het nog bonter, want hij tekent ook Bob erbij, die op dat moment vakantie viert op Long Islands.

De scheepszender van de Surfpride is een Hallicrafter (p122), tot op de dag van vandaag een leuk verzamelobjectje dus. De immigratiebende die door Bob, Jan en Arie opgerold gaat worden maakt gebruik van een kortegolfzendernet met enkele bijzondere snufjes erin. Zenders die 36 uur niet zijn gebruikt ontploffen uit zichzelf. De zenders en ontvangers zijn voorzien van scramble-filters, waarmee afluisteren onmogelijk werd. Deze filters wisselen bepaalde frequentiebanden van het audiosignaal om, vergelijkbaar met wat men hoort door een slecht afgestemede enkelzijbandsontvanger.

Dan is er nog de kwestie van de Hell-snelzenders waarmee de organisatie is uitgerust waarvoor Arie gaat werken in B31 Arie Roos wordt Geheimagent. Volgens de beschrijving kun je hiermee een morseboodschap in normaal tempo opnemenen vervolgens versneld versturen, en veel Bob-Everslezers Hell Fax hebben de vraag opgeworpen of dit apparaat werkelijk heeft bestaan. Het antwoord luidt JA: aan het eind van de tweede wereldoorlog werden dergelijke toestellen door de Duitsers gebruikt, maar ze droegen niet de naam Hell. De naam van het apparaat van Arie Roos is waarschijnlijk geïnspireerd door de Hell-Schreiber of Hell Fax, een soort voorloper van de fax, waarmee beelden konden worden ingescand, per radio verzonden, en weer worden afgedrukt op fotografisch papier. De Hell-Schreiber werd gepatenteerd door Rudolf Hell (geb. 1901) in 1929 en het apparaat was rond 1960 (toen de Cnall-trilogie werd geschreven) nog volop in gebruik; de gebruiksaanwijzing van de Siemens Debeg maakt er melding van.

Andere Jongensboeken

Radio en alles wat ermee te maken had was in de jaren veertig en vijftig een populaire jongenshobby. Wanneer trouwens niet, het blijft toch leuk!! In de vorige eeuw hoorden meisjes zich niet met technische zaken bezig te houden, wat dat betreft zijn de zeden nu liberaler. Maar er waren in die tijd ook jongensboeken waarin op de een of andere manier de radiotechniek centraal stond.

Vrij bekend is de serie over De Club van Draadje (van W.N. van der Sluys), jongens die steeds met radio in de weer waren en natuurlijk steeds een stel boeven te slim af waren.

Op het Spoor van de Nachtegaal is een boek over drie jongens die tijdens hun kampeervakantie in een dorp terecht komen waar zendpiraterij op de visserijband de plaatselijke hobby is. De illegale zenders brengen het luchtverkeer in gevaar, en de jongens helpen de politie om de uiterste gevaarlijke Nachtegaal op te rollen. Het boekje verscheen in 1957 en kostte f1,50 in de Kluitman Jeugdserie.


Gerard Tel, gerard@cs.uu.nl.