Het inleiden van een wetenschappelijke tekst

Gerard Vreeswijk

Disclaimer: deze handleiding geldt voor een wetenschappelijke tekst, zoals een scriptie of een artikel. De structuur en schrijfmethode van bijvoorbeeld een adviesrapport, een plan van aanpak, een tijdsplanning, en een projectverslag zijn anders.

Gefeliciteerd. Je artikel is klaar, alleen de inleiding moet nog worden geschreven. Voor een conferentie-artikel hoeft een inleiding niet meer dan één A4tje te beslaan. Voor een journal paper of een bachelor-scriptie twee A4tjes. Voor een master-scriptie twee à drie A4tjes.

Werk de volgende lijst af. Uiteraard wordt de lijst-nummering niet overgenomen.

Laten we er van uit gaan dat je een nieuwe zoekmethode voor het Japanse bordspel Go hebt bedacht, genaamd δ-γ search. Jouw δ-γ search is een minimale, bijna te verwaarlozen, aanpassing van α-β search. Dat geeft niets. Je hebt klaarblijkelijk een kleinst publiceerbare eenheid (zg. “publicon”) te pakken.

  1. Context. In de eerste alinea van je introductie beschrijf je zeer kort de context van je onderzoek. Deze alinea dient eigenlijk alleen als “trechter”. Het vangt de algemene belangstelling en bereidt de lezer voor op een convergentie naar de bespreking van een specialistischer deelgebied. (“computer Go is een interessant en levendig gebied. ... [Beargumenteer verder waarom, en kom met feiten waar uit dat blijkt.]”).
  2. Beschrijf het deelgebied en het belang er van. In de tweede alinea zoom je in op een deelgebied. In deze alinea beargumenteer je dat dit deelgebied minstens zo belangrijk en interessant is als het omringende gebied. Je beargumenteerd ook dat er in dit deelgebied de laatste tijd veel activiteit is. Dit kun je onderbouwen door in enkele zinnen te beschrijven wat er op dit moment in dit gebied aan onderzoek wordt gedaan. Noem in dit verband ook 2-5 van de meest relevante en actuele publicaties. (Een uitgebreide vergelijking met gerelateerd werk is gereserveerd voor het einde van je tekst, vlak voor de conclusie.) (“Recentelijk wordt in computer Go veel onderzoek gedaan naar verfijningen van α-β search.”).
  3. Introduceer het probleem. Beschijf in een volgende alinea dat er op dit deelgebied nog een onbeantwoorde vraag, of een onopgelost probleem, is. Beargumenteer dat de vraag, de beantwoording van de vraag danwel een oplossing van het probleem, interessant en belangrijk is. Beargumenteer waarom er een behoefte is aan een oplossing van het probleem. (“Het probleem met α-β search in computerGo, en andere spelen met snel vertakkende zoekbomen, is dat de vertakkingsgraad van zoekbomen onwerkbaar hoog is.”).
  4. Beschrijf wat anderen aan het probleem hebben gedaan. Beschrijf in een volgende alinea kort wat anderen hebben gedaan om het probleem op te lossen. Gebruik daarvoor indien nodig ook weer relevante literatuurverwijzingen, zo veel als nodig (2-20). Beschrijf van elke benadering meteen kort en diplomatiek de tekortkomingen van die benaderingen. (“Recentelijk is voorgesteld om in computerGo de evaluatiediepte te laten afhangen van de spreiding van de stukken. Dit voorstel is met wisselend succes uitgewerkt. Zo bleek dat ... Een ander voorstel om om te gaan met snel vertakkende zoekbomen is voorgesteld door XYZ. ...”).
  5. Beschrijf welke oplossing jij in je tekst wilt gaan bespreken. Ook dit is weer een nieuwe alinea. De aankondiging van je oplossing moet kort. De werkelijke bespreking van je oplossing bevindt zich immers in de romp van de tekst. (“In dit paper stel ik voor om α-β search aan te passen aan spelen met een hoge vertakkingsgraad. Dit doe ik door de evaluatiefunctie in α-β search te laten afhangen van de zoekdiepte. Ik noem deze aanpassing δ-γ search.”).
  6. Beschrijf wat je probleem heeft opgelost. Vat in een nieuwe alinea de resultaten van je onderzoek samen. Gebruik daarvoor 2-10 zinnen. Beschrijf in dezelfde alinea de meerwaarde van jouw oplossing, en eventuele gunstige consequenties. (“Uit experimenten die ik heb gedaan met δ-γ search blijkt dat deze aangepaste vorm van zoeken soms sneller is dan α-β search.”).
  7. Overzicht. Beëindig je inleiding met een overzicht van je tekst. (“Deze tekst is verder als volgt ingedeeld. Sectie 2 bespreekt α-β search. Sectie 3 bespreekt een aanpassing van α-β search, te weten proof number search. Sectie 4 bespreekt δ-γ search. Sectie 5 bespreekt een proefopzet om α-β search met δ-γ search te vergelijken. Sectie 6 bespreekt de resultaten. Sectie 7 vergelijkt de belangrijkste resultaten met gerelateerd werk. Sectie 8 is een conclusie.”).

Succes! Zie ook:


This page last modified at Wed, 27 Jun 18 10:57:39 +0200.